ECLI:NL:RBMID:2006:AZ8230
Rechtbank Middelburg
- Kort geding
- M.C. de Regt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod op doop minderjarige onder voogdij Bureau Jeugdzorg
De biologische vader van een minderjarige vorderde in kort geding dat gedaagden, waaronder Stichting Jeugdzorg Zeeland als voogd, werd verboden om toestemming te geven voor de doop van de minderjarige binnen vijf jaar, onder dreiging van een dwangsom. De minderjarige woont in een pleeggezin en staat onder voogdij van BJZ sinds de moeder uit het ouderlijk gezag is ontheven.
De vader stelde dat de minderjarige zelf moet kunnen kiezen welk geloof hij wil aanhangen en dat een vroege doop die keuzevrijheid belemmert. Gedaagden betwistten dit en stelden dat de minderjarige zelf de wens heeft geuit om gedoopt te worden, mede vanwege zijn opgroeien in een rooms-katholieke omgeving en de wens van de biologische moeder.
De voorzieningenrechter overwoog dat BJZ als voogd zeggenschap heeft over persoonlijke kwesties zoals de doop. De belangenafweging leidde tot de conclusie dat het belang van de vader niet zwaar genoeg weegt tegenover het belang van de minderjarige en de voogd. De doop beperkt de keuzevrijheid van de minderjarige niet, omdat hij later vrij is een ander geloof te kiezen. De vordering werd afgewezen en de vader werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot verbod op doop wordt afgewezen en de vader wordt veroordeeld in de proceskosten.