ECLI:NL:RBMID:2006:AZ8681
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende feitelijke grondslag voor verplaatsing ambtenaar wegens vermeende verstoorde arbeidsverhouding
Eiser, werkzaam als veldmedewerker bij Staatsbosbeheer, werd op grond van artikel 57, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (Arar) verplaatst wegens een vermeende verstoorde arbeidsverhouding met zijn leidinggevende. Verweerder stelde dat eiser zich negatief opstelde, afspraken niet nakwam en het beleid van Staatsbosbeheer niet volgde, onder meer na een incident waarbij eiser in de pers kritiek uitte.
De rechtbank oordeelt dat hoewel er gesprekken en functioneringsverslagen zijn waarin kritiek op het functioneren van eiser wordt geuit, deze niet aantonen dat er sprake was van een verstoorde arbeidsverhouding die verplaatsing rechtvaardigt. De stukken tonen vooral een gedachtewisseling en afspraken voor toekomstig functioneren, zonder dat een omslagpunt met verstoorde verhoudingen voldoende is onderbouwd.
Verweerder kon niet aantonen dat de verstoorde arbeidsverhouding bestond op het moment van het besluit, mede doordat relevante verslagen van gesprekken ontbreken. De rechtbank concludeert dat het belang van de dienst de verplaatsing niet voldoende rechtvaardigt en vernietigt het besluit. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot verplaatsing van eiser wordt vernietigd wegens onvoldoende feitelijke grondslag.