ECLI:NL:RBMID:2006:BA2321
Rechtbank Middelburg
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot vervanging vloer wegens onvoldoende aannemelijkheid en spoedeisend belang
In deze zaak vordert eiser dat gedaagde, een aannemingsbedrijf, de vloer in zijn woning vervangt door een vloer die volledig overeenkomt met het getoonde platteau en monster. Eiser stelt dat de gelegde vloer qua kleur sterk afwijkt en niet voldoet aan de overeenkomst, wat een non-conformiteit oplevert en wanprestatie betekent.
Gedaagde voert verweer met een beroep op de bevoegdheid van de Raad van Arbitrage en betwist de non-conformiteit en het spoedeisend belang van eiser. De voorzieningenrechter oordeelt dat de algemene voorwaarden van gedaagde niet van toepassing zijn, zodat hij bevoegd is kennis te nemen van de zaak.
Hoewel uit foto’s blijkt dat de vloer qua kleur afwijkt, is onvoldoende aannemelijk dat eiser een vordering heeft die in een bodemprocedure waarschijnlijk wordt toegewezen. De voorzieningenrechter kan op basis van de beschikbare gegevens geen zorgvuldige afweging maken en acht het gevorderde onomkeerbaar, waardoor voorlopige voorziening niet passend is.
Daarnaast is onvoldoende spoedeisend belang vastgesteld, omdat de vloer de verhuizing niet belemmert en het eventueel moeten ontruimen van de woonkamer geen acute situatie vormt. Ook de vordering tot betaling van opslagkosten wordt afgewezen, omdat er geen noodzaak is tot opslag.
Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. De vorderingen worden afgewezen.
Uitkomst: De vordering tot vervanging van de vloer en betaling van opslagkosten wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid en gebrek aan spoedeisend belang.