ECLI:NL:RBMID:2006:BA2471
Rechtbank Middelburg
- Kort geding
- M.C. de Regt
- Rechtspraak.nl
Verbod op intrekking aanwijzing havenontvangstvoorziening zonder gegronde reden
Zeeland Seaports had Martens aangewezen als bedrijf voor de ontvangst van olieresten en klein gevaarlijk afval (KGA) in de havens van Vlissingen en Terneuzen voor vijf jaar vanaf 1 januari 2005. Zeeland Seaports trok deze aanwijzing in, omdat de inzameling van scheepsafval achterbleef bij de verwachtingen en besloot de inzameling openbaar aan te besteden.
Martens vorderde in kort geding dat Zeeland Seaports de aanbestedingsprocedure staakt en de onderhandelingen voortzet over een overeenkomst voor de periode 2005-2010. De rechtbank oordeelde dat Zeeland Seaports de aanwijzing niet mocht intrekken zonder dat de wettelijke voorwaarden uit artikel 8.2 onder c Wvvs waren vervuld, namelijk dat er gedurende een jaar weinig afval was ingezameld of gemeld.
De rechtbank stelde vast dat dit niet het geval was en dat het enkele feit dat minder afval werd afgegeven omdat het afgeven niet populair is, geen grond is voor intrekking. Tevens oordeelde de rechtbank dat Zeeland Seaports gehouden is met Martens een overeenkomst te sluiten die een economisch verantwoorde uitvoering van de aanwijzing mogelijk maakt. De vorderingen van Martens werden daarom toegewezen en Zeeland Seaports werd veroordeeld de onderhandelingen voort te zetten en de aanbestedingsprocedure te staken.
Uitkomst: Zeeland Seaports wordt verboden de aanwijzing aan Martens in te trekken en veroordeeld tot voortzetting van onderhandelingen over een overeenkomst.