ECLI:NL:RBMID:2007:AZ8961
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.C. de Regt
- Rechtspraak.nl
Nietigheid verpanding vorderingen door dochtervennootschappen wegens ontbreken geldige titel
Op 11 september 2002 sloot Nijco Holding B.V. (later Summa Finance B.V.) een leenovereenkomst met Ever Service Zeeland B.V. waarbij €900.000 werd geleend. Op 4 december 2003 werd een notariële akte van verpanding opgesteld, waarin Ever Service Zeeland, Zuid Hollands Service Bureau en ZSB Steigerbouw gezamenlijk als pandgevers werden genoemd, terwijl Summa als schuldeiser werd aangewezen.
De curator van de failliete dochtervennootschappen betwistte de geldigheid van de verpanding door Zuid Hollands Service Bureau en ZSB Steigerbouw, omdat deze vennootschappen geen partij waren bij de leenovereenkomst en geen geldige titel voor verpanding hadden. De rechtbank bevestigde dat de leenovereenkomst van 11 september 2002 de titel vormt voor de pandakte en dat de dochtervennootschappen niet rechtsgeldig vertegenwoordigd waren, waardoor de verpanding door hen als onverplichte rechtshandeling moet worden aangemerkt.
Summa stelde zich subsidiair op het standpunt van subrogatie in de rechten van ABN Amro, maar de rechtbank vond dat nadere gegevens nodig waren om dit te beoordelen. De primaire vordering van Summa werd afgewezen. De rechtbank bepaalde tevens dat partijen schriftelijk nadere informatie moeten verstrekken en stelde een comparitie ter zitting in het vooruitzicht om verdere procedureafspraken te maken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af omdat de verpanding door dochtervennootschappen niet rechtsgeldig is wegens ontbreken van een geldige titel.