ECLI:NL:RBMID:2007:BA1995
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding en betrokkenheid bij woningbouwproject De Veersche Poort
In deze civiele zaak stond de uitleg van afspraken tussen eiseres en gedaagden omtrent de beëindiging van de betrokkenheid van eiseres bij het woningbouwproject De Veersche Poort centraal. Vast stond dat eiseres betrokken was bij de eerste drie fases van het project, waarbij voor fase 3 een vergoeding van 250 gulden per woning was afgesproken. Eiseres stelde dat deze vergoeding ook voor fase 4 zou gelden, hetgeen door gedaagden werd betwist.
Eiseres mocht haar stelling bewijzen met getuigenverklaringen. Getuigen van eiseres verklaarden dat op 6 september 2001 door vertegenwoordigers van gedaagden was toegezegd dat de vergoeding voor fase 3 ook voor de daaropvolgende fases, waaronder fase 4, zou gelden. Getuigen van gedaagden konden dit niet bevestigen maar ontkenden het ook niet expliciet, waardoor de rechtbank de verklaring van eiseres aannam.
De rechtbank oordeelde dat eiseres recht heeft op de vergoeding van 250 gulden (€ 113,45) per verkochte woning ook voor fase 4. Gedaagden werden veroordeeld om binnen twee weken inzage te geven in de verkoopgegevens van fase 4 en om binnen tien dagen na factuurbetaling de vergoeding voor fase 3 en 4 te voldoen. Tevens werden gedaagden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van vergoeding voor fase 3 en 4 en tot inzage in verkoopgegevens van fase 4.