ECLI:NL:RBMID:2007:BA2128
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.C.M. Reinarz
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs voor valse aangifte mensenhandel en verkrachting
De rechtbank Middelburg behandelde de zaak waarin verdachte werd beschuldigd van het doen van valse aangiften van mensenhandel en verkrachting in december 2005 en maart 2007. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van dertig dagen en gevangenhouding wegens het bewust doen van onware aangiften.
De rechtbank constateerde echter dat het proces-verbaal van de aangifte uit 2005 ernstige formele gebreken vertoonde, zoals het ontbreken van een professionele tolk, geen ondertekening door verdachte, en een onduidelijke wijziging van het aangifteonderwerp. Ook was het dossier incompleet en ontbrak een logisch en chronologisch verhaal.
De inhoud van de aangiften vertoonde geen essentiële tegenstrijdigheden en de vermeende hiaten konden worden verklaard door de omstandigheden waaronder slachtoffers van mensenhandel vaak verkeren, zoals angst en onzekerheid. De rechtbank oordeelde dat er geen wettig en overtuigend bewijs was dat verdachte bewust de politie had misleid.
Daarom sprak de politierechter verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten en hief het bevel tot gevangenhouding met onmiddellijke ingang op.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor het doen van valse aangiften.