ECLI:NL:RBMID:2007:BA2516
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot vrijwaring in verband met schuldsaneringsregeling ex-echtgenoten
De zaak betreft een vordering tot vrijwaring door eiseres tegen haar ex-echtgenoot gedaagde, voortvloeiend uit een boedelverdeling na echtscheiding waarbij gedaagde de schuld aan de bank op zich nam en eiseres zou worden gevrijwaard.
De bank eiste het openstaande saldo ineens op, waarna eiseres gedaagde in vrijwaring dagvaardde. Gedaagde is echter op 25 februari 2005 toegelaten tot de schuldsaneringsregeling (WSNP). Eiseres stelde dat zij haar vordering niet bij de bewindvoerder kon indienen omdat de bank dit al had gedaan, wat nadelig zou zijn voor haar.
De rechtbank oordeelt dat de procedure in vrijwaring niet ambtshalve geschorst wordt omdat deze na toelating tot de WSNP is gestart. De vordering tot vrijwaring betreft een betaling onder opschortende voorwaarde en is een vordering tot voldoening uit de boedel zoals bedoeld in artikel 299 Fw Pro. Volgens artikel 299 lid 2 Fw Pro kan eiseres haar vordering alleen via de bewindvoerder instellen. Daarom wordt de vordering afgewezen.
Gezien de ex-echtelijke relatie compenseert de rechtbank de proceskosten tussen partijen, zodat ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot vrijwaring wordt afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.