ECLI:NL:RBMID:2007:BA2942
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Middelburg oordeelt over aansprakelijkheid en verklaring derdenbeslag in faillissementssituatie
Direktbank heeft conservatoir derdenbeslag gelegd onder een gedaagde die in staat van faillissement verkeert, ter verzekering van een vordering op een derde, J.A.S. De rechtbank stelt vast dat de vordering van Direktbank buiten de failliete boedel valt omdat de betaling na het faillissementsdatum plaatsvond, waardoor Direktbank ontvankelijk is in haar vordering.
De gedaagde heeft mondeling een verklaring afgelegd dat hij niets verschuldigd zou zijn, maar deze voldoet niet aan de formele eisen van artikel 476a Rv, omdat een schriftelijke, gedagtekende en gemotiveerde verklaring vereist is. Een latere schriftelijke verklaring namens de gedaagde voldoet evenmin aan de vereisten, omdat deze niet door de gedaagde zelf is ondertekend en gemotiveerd.
De rechtbank wijst het verweer van de gedaagde af dat Direktbank niet-ontvankelijk zou zijn vanwege het faillissement en dat de betwistingstermijn van de verklaring is overschreden. De zaak wordt verwezen naar de rol voor het alsnog overleggen van een juiste gerechtelijke verklaring, waarna Direktbank mag reageren.
De uitspraak benadrukt de strikte toepassing van procesrechtelijke regels omtrent derdenbeslag en de gevolgen van faillissement voor de ontvankelijkheid van vorderingen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart Direktbank ontvankelijk en wijst het verweer van de gedaagde af, met verwijzing naar de rol voor het alsnog overleggen van een juiste verklaring.