ECLI:NL:RBMID:2007:BA5053
Rechtbank Middelburg
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot erkenning pandrecht op vorderingen na ontbinding kredietovereenkomst
In deze zaak vordert WTG Europe B.V. dat de curator in het faillissement van Timpa Foundations B.V. wordt bevolen te staken met het aanmanen van debiteuren tot betaling aan de curator en dat zij de aan WTG verschuldigde bedragen aan haar voldoet. WTG baseert haar vordering op een pandrecht dat zij van de bank heeft verkregen via cessie van een vordering op Timpa.
De kredietovereenkomst tussen de bank en Timpa, waaraan het pandrecht was verbonden, was echter ruim voor de overdracht van de vordering aan WTG beëindigd. De vraag was of het pandrecht ook toekomstige vorderingen op debiteuren omvatte die na ontbinding van de kredietovereenkomst zijn ontstaan. De rechtbank oordeelt dat dit niet duidelijk is en dat ontbinding van de kredietovereenkomst ook de verplichting tot verpanding van toekomstige vorderingen beëindigt.
De curator betwistte de geldigheid van verpandingen die na de cessiedatum zijn verricht en stelde dat WTG niet gerechtigd is tot de betreffende debiteurenvorderingen. De rechtbank concludeert dat WTG geen recht heeft op de vorderingen die na ontbinding van de kredietovereenkomst zijn ontstaan en wijst de vordering af. WTG wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van WTG wordt afgewezen omdat het pandrecht niet meer omvat dan het recht van de bank bij overdracht en de kredietovereenkomst was beëindigd.