ECLI:NL:RBMID:2007:BB1801
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J.M. Klarenbeek
- I.J.M. Woltring
- D. Verboom
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM in ontnemingsvordering wegens schending onschuldpresumptie
In deze ontnemingsprocedure ex artikelen 511d en 283 Sv heeft de rechtbank Middelburg een tussenuitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie (OM) in zijn ontnemingsvordering. De vordering betrof drie feiten, waarvan de veroordeelde van twee feiten was vrijgesproken en van het derde feit nooit was vervolgd. De rechtbank overwoog dat toepassing van de ontnemingsmaatregel mede gebaseerd op feiten waarvoor vrijspraak is gegeven, de onschuldpresumptie van artikel 6, tweede lid, EVRM schendt.
De rechtbank verwees naar het arrest Geerings van het EHRM, waarin werd geoordeeld dat ontneming gebaseerd op concrete feiten waarvoor vrijspraak is gegeven, een schending van het EVRM oplevert. Omdat in deze zaak geen vermogensvergelijking werd toegepast maar een concrete feitenbenadering, achtte de rechtbank de Geerings-criteria relevant. Daarom verklaarde zij het OM niet-ontvankelijk voor de delen van de vordering die betrekking hadden op de vrijgesproken feiten, ter waarde van respectievelijk € 67.980 en € 826.725.
Voor het derde onderdeel, de zogenaamde 'diverse transporten Frankrijk', waarvoor geen vrijspraak bestond, oordeelde de rechtbank dat het OM ontvankelijk was. De rechtbank stelde dat er voldoende aanwijzingen moeten zijn dat de veroordeelde deze soortgelijke feiten heeft begaan, gebaseerd op wettige bewijsmiddelen. De rechtbank wees het verzoek tot afwijzing van de gehele ontnemingsvordering af en bepaalde dat het OM slechts ontvankelijk is voor het deel dat betrekking heeft op deze transporten.
Vervolgens beval de rechtbank het horen van vijf getuigen door de rechter-commissaris om nader onderzoek te doen naar deze transporten en de financiële positie van de veroordeelde. De procedure wordt voortgezet met het horen van getuigen en het indienen van conclusies. De tussenuitspraak is gedaan op 16 augustus 2007 door de meervoudige kamer van de rechtbank Middelburg.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in zijn ontnemingsvordering voor de delen gebaseerd op vrijgesproken feiten.