ECLI:NL:RBMID:2007:BB1810
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van naheffingsaanslag parkeerbelasting ondanks parkeervergunning voor ander voertuig
Eiser ontving een naheffingsaanslag parkeerbelasting voor het parkeren van een leenauto zonder zichtbaar parkeerbewijs op een locatie waar parkeerbelasting verschuldigd was. Hoewel eiser beschikte over een parkeervergunning, betrof deze een ander voertuig dat wegens reparatie niet aanwezig was. Eiser stelde dat de aanslag onredelijk was omdat de parkeerkosten via de vergunning waren voldaan en verwees naar een vergelijkbare zaak waarin een gedoogbeleid werd toegepast.
De rechtbank oordeelde dat de aanslag terecht was opgelegd omdat de vergunning niet voor het geparkeerde voertuig gold en er geen bewijs was dat eiser de belasting had voldaan. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat geen sprake was van ongelijke behandeling; het beleid van de gemeente leidt bij een eerste overtreding tot vernietiging van de aanslag alleen als de vergunning zichtbaar is in het betreffende voertuig.
De rechtbank zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en verklaarde het beroep ongegrond. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Den Haag.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard.