ECLI:NL:RBMID:2007:BB5107
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding TACE-behandeling bij cholangiocarcinoom wegens gebrek aan gebruikelijkheid
In deze bestuursrechtelijke zaak hebben de erven van een overledene beroep ingesteld tegen de afwijzing van vergoeding voor een TACE-behandeling (transcatheter arteriële chemoembolisatie) in Frankfurt, Duitsland. De behandeling werd toegepast bij een cholangiocarcinoom met metastasen in de lever, nadat eerdere chemotherapie geen resultaat had opgeleverd.
De rechtbank onderzocht of de TACE-behandeling als gebruikelijke medische zorg kan worden aangemerkt binnen de kring der beroepsgenoten. Het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) concludeerde op basis van literatuurstudie dat TACE een gebruikelijke palliatieve behandeling is bij bepaalde levertumoren, maar verweerder stelde dat dit niet geldt voor cholangiocarcinoom vanwege onvoldoende wetenschappelijke evidentie.
De rechtbank onderschreef het standpunt van verweerder en diens medisch adviseur dat de wetenschappelijke onderbouwing voor TACE bij cholangiocarcinoom onvoldoende is. Hoewel de kliniek in Frankfurt ruime ervaring heeft met TACE bij levertumoren, is dit niet specifiek voor cholangiocarcinoom en is de behandeling niet algemeen geaccepteerd. Daarom is de afwijzing van vergoeding en van de vervoerskosten terecht. De beroepen zijn ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van vergoeding voor de TACE-behandeling en het vervoer.