ECLI:NL:RBMID:2007:BB5134
Rechtbank Middelburg
- Voorlopige voorziening
- G.J.A. van Unnik
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij afwijzing aanvraag bijstand EU-burger met rechtmatig verblijf
Verzoekster, een alleenstaande ouder met Poolse en Duitse nationaliteit, vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Verweerder weigerde dit vanwege een ongeldige verblijfsvergunning en een code in de Gemeentelijke Basisadministratie. Verzoekster beriep zich op haar status als EU-burger en haar rechtmatig verblijf in Nederland, onderbouwd met haar arbeidsverleden en langdurig verblijf sinds 2001.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het rechtmatig verblijf van verzoekster niet afhankelijk is van een geldig verblijfsdocument, aangezien EU-burgers hun verblijfsrecht rechtstreeks ontlenen aan het EG-verdrag en Richtlijn 2004/38/EG. De beperkingen op het recht op bijstand zijn slechts van toepassing in specifieke gevallen, die hier niet van toepassing zijn.
Op grond van artikel 11, tweede lid, van de WWB, dat is aangepast aan de Richtlijn, heeft verzoekster recht op bijstand. De voorzieningenrechter schorst het bestreden besluit en beveelt voorschotten op bijstand toe te kennen vanaf 7 maart 2007 tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens worden de proceskosten en het griffierecht aan verzoekster toegekend.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt geschorst en verzoekster krijgt voorschotten op bijstand toegekend wegens rechtmatig verblijf als EU-burger.