ECLI:NL:RBMID:2007:BB5275
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.H.Y. Bos
- G.H. Nomes
- Rechtspraak.nl
Termijn van artikel 19e lid 3 Wet arbeid vreemdelingen is termijn van orde
De rechtbank Middelburg behandelde het beroep van eiser tegen een boete van €16.000 opgelegd wegens overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. Het geschil spitste zich toe op de uitleg van de termijn van 13 weken zoals bedoeld in artikel 19e, derde lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. Eiser stelde dat het hier een fatale termijn betrof, waardoor overschrijding tot niet-ontvankelijkheid zou leiden.
De rechtbank oordeelde echter dat de wettekst en de Memorie van Toelichting geen aanwijzingen geven dat het een fatale termijn betreft. De termijn dient als een aansporing voor het bestuursorgaan om het 'lik-op-stuk'-beleid te effectueren en is daarom een termijn van orde. Dit betekent dat een overschrijding niet automatisch leidt tot niet-ontvankelijkheid of andere sancties.
Op basis hiervan verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde het bestreden besluit van de Staatssecretaris voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wordt ongegrond verklaard omdat de termijn van artikel 19e lid 3 Wav een termijn van orde is.