ECLI:NL:RBMID:2007:BB5909
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Teruggeleiding minderjarige naar Australië wegens ongeoorloofde overbrenging onder Haags Kinderontvoeringsverdrag
De Centrale Autoriteit verzocht de rechtbank om teruggeleiding van de minderjarige [B] naar haar gewone verblijfplaats in Australië, nadat de moeder haar zonder toestemming van de vader naar Nederland had gebracht. De ouders hebben gezamenlijk gezag volgens Australisch familierecht en een 'Consent order' regelde de verzorging en beslissingen over [B].
De moeder vertrok in april 2007 met [B] naar Nederland zonder toestemming van de vader of de Australische rechtbank, wat volgens sectie 65Z van de Australische Family Law Act 1975 niet was toegestaan. De moeder stelde dat zij het gezag alleen had en dat de vader misbruik van recht maakte met zijn procedure, maar de rechtbank verwierp deze stellingen.
De rechtbank oordeelde dat sprake is van een ongeoorloofde overbrenging in de zin van het Haags Kinderontvoeringsverdrag en dat geen weigeringsgronden zoals berusting of gevaar voor het kind van toepassing zijn. De terugkeer van [B] naar Australië werd gelast binnen twee maanden, met de mogelijkheid tot afgifte aan de vader bij nalatigheid van de moeder.
Uitkomst: De rechtbank gelast de terugkeer van de minderjarige binnen twee maanden naar Australië wegens ongeoorloofde overbrenging.