ECLI:NL:RBMID:2007:BC7710
Rechtbank Middelburg
- Kort geding
- M.C. de Regt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering vervallenverklaring hypotheek na beëindiging relatie en niet-afgehandelde notariële overdracht
Eiser en zijn ex-partner kochten samen in december 2004 een woning te Terhole en sloten een gezamenlijke hypothecaire geldlening bij Rabobank van €77.600. Na hun relatiebreuk rond december 2006/januari 2007 stopte de betaling van de hypotheekrente. Eiser vordert dat Rabobank een vervallenverklaring van de hypotheek afgeeft en dat de bank geen hypotheekrente meer op hem verhaalt.
Eiser baseert zijn vordering op een rekeningafschrift waaruit zou blijken dat ex-partner een nieuwe lening had afgesloten om de gezamenlijke lening af te lossen. Rabobank stelt echter dat de notariële overdracht van het aandeel van eiser in de woning aan ex-partner nooit heeft plaatsgevonden omdat eiser daaraan geen medewerking verleende. Hierdoor is de gezamenlijke lening niet afgelost en blijft de hypotheek op naam van beiden bestaan.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de hypotheek niet vervallen is omdat het recht van hypotheek alleen door notariële tussenkomst kan worden gevestigd of beëindigd. De administratieve verwerking door Rabobank is onvoldoende om de hypotheek te doen vervallen. Eiser had kennis van de noodzaak van notariële handelingen en kon niet te goeder trouw vertrouwen op de administratieve verwerking.
De vorderingen van eiser worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten. De bank kan eiser niet ontslaan van zijn aansprakelijkheid voor de hypotheekrente zolang de hypotheek niet formeel is beëindigd.
Uitkomst: De vordering tot vervallenverklaring van de hypotheek wordt afgewezen en eiser blijft aansprakelijk voor de hypotheekrente.