ECLI:NL:RBMID:2008:BD2529
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid op grond van vaststellingsovereenkomst na echtscheiding
Eiser en zijn ex-echtgenote zijn in 1988 op huwelijkse voorwaarden getrouwd en hebben hun echtscheiding in 2003 geregeld met een echtscheidingsconvenant. In 2004 sloten eiser, zijn ex-echtgenote en gedaagde een vaststellingsovereenkomst waarin afspraken werden gemaakt over de afwikkeling van de huwelijksgoederengemeenschap en de schulden.
Eiser vordert dat gedaagde ervoor zorgt dat hij binnen veertien dagen wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor leningen bij drie banken, onder verbeurte van een dwangsom. Gedaagde betwist dit en stelt dat hij slechts een inspanningsverbintenis is aangegaan, geen resultaatsverbintenis.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de eerdere niet-ontvankelijkverklaring van eiser in Rotterdam geen gezag van gewijsde heeft en dat eiser ontvankelijk is. De kern van het geschil is de uitleg van de vaststellingsovereenkomst, die niet in kort geding kan worden vastgesteld. Daarom wijst de rechtbank de vordering af en veroordeelt eiser in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid wordt afgewezen wegens onduidelijkheid over de aard van de verbintenis.