ECLI:NL:RBMID:2008:BD8257
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot schadevergoeding wegens niet-naleving omgangsregeling en medewerking DNA-onderzoek
Partijen zijn in 1996 gehuwd en in 2001 gescheiden, waarbij zij gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind behouden. Na de echtscheiding bleef het kind bij eiseres wonen. Gedaagde bracht het kind na een omgangsweekend in november 2006 niet tijdig terug, wat leidde tot een strafrechtelijke veroordeling zonder strafoplegging wegens onttrekking aan ouderlijk gezag.
Eiseres vordert vergoeding van kosten die zij maakte om het kind veilig terug te krijgen, waaronder advocaatkosten, telefoonkosten, reiskosten en gederfde inkomsten. Gedaagde betwist aansprakelijkheid en stelt een rechtvaardigingsgrond aan zijn zijde. Tevens vordert hij medewerking aan een DNA-onderzoek wegens twijfel aan vaderschap.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig terugbrengen onrechtmatig is en wijst slechts die kosten toe die direct samenhangen met het terugleiden van het kind in de periode van 5 tot 10 november 2006. De Belgische advocaatkosten worden afgewezen wegens onvoldoende specificatie. De vordering tot medewerking aan het DNA-onderzoek wordt toegewezen, waarbij eiseres bereid is mee te werken mits kosten door gedaagde worden gedragen.
Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.254,- plus wettelijke rente en proceskosten. Eiseres wordt veroordeeld tot medewerking aan het DNA-onderzoek binnen tien dagen na betekening van het vonnis. De overige vorderingen worden afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.254,- schadevergoeding en eiseres tot medewerking aan DNA-onderzoek.