ECLI:NL:RBMID:2008:BF5077
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde landgoed met toepassing instandhoudingsfactor onder Natuurschoonwet 1928
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde van hun landgoed, vastgesteld op € 477.000,-- per waardepeildatum 1 januari 2005, met toepassing van een instandhoudingsfactor van 0,75. De waarde is gebaseerd op een taxatierapport van 28 maart 2008, waarin drie referentieobjecten zijn gebruikt, ondanks dat het landgoed een uniek object is zonder direct vergelijkbare woningen in de regio.
De rechtbank oordeelt dat het gebruik van de referentieobjecten, waaronder een woning te ’s-Gravenpolder, als onderbouwing van de waarde van de opstallen toelaatbaar is, omdat verschillen in onderhoud, ligging, oppervlakte en prijsniveau voldoende zijn toegelicht en verwerkt. De instandhoudingsfactor van 0,75 is door verweerder aannemelijk gemaakt aan de hand van de diversiteit van de gronden en een toelichting van de minister van Financiën.
De stelling van eisers dat een lagere factor van 0,60 moet worden gehanteerd, wordt verworpen vanwege het ontbreken van voldoende onderbouwing. Ook het beroep op een vergelijking met de vorige WOZ-waarde en gemiddelde prijsstijgingen faalt, aangezien de Wet WOZ uitgaat van waardebepaling op basis van transacties rond de waardepeildatum.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 477.000,-- wordt ongegrond verklaard.