ECLI:NL:RBMID:2008:BG4652
Rechtbank Middelburg
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering invrijheidstelling en bankbeheer na onrechtmatige separatie
Eiser verblijft sinds april 2006 op een locatie van gedaagde, een instelling voor verstandelijk gehandicapten. Tussen 13 en 24 september 2008 werd eiser gesepareerd in een veilige kamer zonder geldige voorlopige machtiging, wat aanleiding gaf tot een kort geding. Eiser vorderde onmiddellijke invrijheidstelling, beheer over zijn bankrekening, voorlopige schadevergoeding en een dwangsom.
De rechtbank oordeelde dat de voorlopige machtiging geldig was tot 12 september 2008 en dat er tussen 13 en 17 september geen wettelijke basis was voor de separatie. Vanaf 17 september 2008 was er evenmin een geldige machtiging, ondanks een nieuw verzoek daartoe. De maatregel van separatie kon alleen worden toegepast bij een geldige rechterlijke machtiging. De vorderingen tot invrijheidstelling en bankbeheer werden afgewezen, mede omdat eiser tijdens de zitting instemde met verblijf in de veilige kamer en de voorlopige machtiging inmiddels was verleend.
De vordering tot voorlopige schadevergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan spoedeisendheid en onvoldoende aannemelijkheid. Wel werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten omdat de separatie zonder wettelijke basis was toegepast en eiser geen andere mogelijkheid had om zijn rechten te waarborgen dan deze procedure.
Uitkomst: Vordering tot invrijheidstelling en bankbeheer afgewezen, gedaagde veroordeeld in proceskosten wegens onrechtmatige separatie.