ECLI:NL:RBMID:2008:BG5483
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadevergoeding verlies aan verdienvermogen en huishoudelijke hulp na ongeval
Eiser heeft op 28 februari 1997 een ongeval gehad, waarna hij klachten heeft ontwikkeld die door de rechtbank als ongevalgevolg zijn erkend. De rechtbank benoemde een deskundige om onderzoek te doen naar het verlies aan verdienvermogen en de kosten van huishoudelijke hulp. Eiser stelt dat hij zonder het ongeval als chef-kok of zelfstandig werkend kok zou hebben gewerkt, terwijl de deskundige concludeerde dat hij niet meer als kok kan re-integreren en andere functies met een lager loon passend zijn.
De deskundige en partijen verschillen van mening over de aanwezigheid van cognitieve beperkingen en de haalbaarheid van omscholing. De rechtbank oordeelt dat er geen cognitieve beperkingen zijn en sluit zich aan bij het belastbaarheidprofiel van de deskundige. Verder wordt vastgesteld dat eiser vanaf 1997 tot medio 2002 een leer-werktraject zou hebben gevolgd en vanaf medio 2002 waarschijnlijk een functie als zelfstandig werkend kok zou hebben gehad met een bruto maandsalaris van € 2.196.
De rechtbank neemt ook de conclusie over dat eiser in staat moet worden geacht zijn restcapaciteit te benutten en dat hij op dit moment al volledig kan deelnemen aan het arbeidsproces met een salaris tussen het minimumloon en € 1.448,70 bruto per maand. De vorderingen voor huishoudelijke hulp en verlies aan zelfredzaamheid worden afgewezen omdat eiser nog thuis woont en zijn moeder de huishoudelijke taken verricht. De zaak wordt aangehouden voor verdere berekeningen van verlies aan verdienvermogen en pensioenschade.
Uitkomst: De rechtbank wijst deels vorderingen toe voor verlies aan verdienvermogen en wijst vorderingen voor huishoudelijke hulp af, met aanhouding voor verdere berekeningen.