ECLI:NL:RBMID:2008:BG5753
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over vloeistofdichtheid en herstelkosten van betonnen vloer in hal
In deze civiele zaak staat centraal of tussen partijen een afspraak bestond dat de vloer vloeistofdicht zou zijn en of de buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst door gedaagde terecht is ingeroepen.
De rechtbank constateert dat de tekeningen afwijken van de overeenkomst, met name in vloer- en zanddikte, maar dat vrijwel alle gecontroleerde plaatsen voldoen aan de vermelde dikte. Over vloeistofdichtheid is niets schriftelijk overeengekomen. Gedaagde mocht bewijs leveren over mondelinge afspraken, maar slaagde hier niet in vanwege gebrek aan aanvullend bewijs.
Gedaagde vorderde in reconventie herstel van de vloer en diverse bijkomende kosten. De rechtbank wijst herstel toe vanwege ernstige scheurvorming en veroordeelt eiseres tot vergoeding van herstelkosten en kosten van deskundigenonderzoek. De buitengerechtelijke ontbinding wordt afgewezen omdat gedaagde niet kon aantonen dat de vloer vloeistofdicht moest zijn.
Proceskosten worden grotendeels gecompenseerd, met uitzondering van enkele verschotten die voor rekening van eiseres blijven. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst herstelkosten toe en wijst buitengerechtelijke ontbinding af wegens gebrek aan bewijs over vloeistofdichtheid.