ECLI:NL:RBMID:2008:BG5952
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Meeuwis
- Hopmans
- Schröder
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en gedeeltelijke werkstraf voor seksuele delicten op minderjarige nicht
De rechtbank Middelburg behandelde op 3 december 2008 de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van seksuele handelingen met zijn minderjarige nicht in januari 2006. De feiten betroffen onder meer het seksueel binnendringen met vingers en tong en ontuchtige handelingen zoals zoenen en betasten.
De rechtbank achtte de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen op basis van verklaringen van het slachtoffer, de aangifte, geboorteakte en de bekennende verklaring van verdachte. De pleegdata werden vastgesteld rond januari 2006, aansluitend bij verklaringen van het slachtoffer.
Hoewel verdachte strafbaar werd verklaard, werd hij vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten. Gelet op zijn beperkte gedragsontwikkeling, dyslexie, jonge leeftijd en het lage recidiverisico, legde de rechtbank een gedeeltelijk voorwaardelijke werkstraf op. Tevens werd een immateriële schadevergoeding van €1.000,- met wettelijke rente toegekend aan het slachtoffer als voorschot.
De rechtbank nam het psychologisch rapport mee dat het gedrag van verdachte als seksueel experimenteergedrag kwalificeerde en hield rekening met het leed binnen de familie. De benadeelde partij werd deels in haar vordering toegewezen en deels niet-ontvankelijk verklaard, met mogelijkheid tot burgerlijke procedure voor het resterende bedrag.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een gedeeltelijk voorwaardelijke werkstraf en veroordeeld tot betaling van een voorschot op immateriële schadevergoeding aan het slachtoffer.