ECLI:NL:RBMID:2008:BG7079
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke werkstraf voor mishandeling meervoudig gehandicapte vrouw met pollepel
De politierechter heeft bewezen verklaard dat de verdachte, werkzaam als begeleidster bij Stichting Tragel, een meervoudig gehandicapte vrouw met een houten pollepel heeft geslagen om ander gedrag bij haar te bewerkstelligen. Dit gebeurde in de periode van november 2006 tot augustus 2007 in een woning te Hulst. De mishandeling bestond uit het slaan op handen en vingers met een hard voorwerp en het met kracht omhoog drukken van de handen/armen van een andere ernstig gehandicapte cliënt, hoewel voor die laatste mishandeling onvoldoende bewijs was om tot een veroordeling te komen.
De verdachte gaf toe de pollepel te hebben gebruikt om de cliënt te corrigeren, maar stelde dat dit een reactie was op het pijn doen door het slachtoffer zelf. De officier van justitie verwierp het beroep op noodweer en stelde dat het slaan met de pollepel een doelbewuste pijnlijke handeling was. De politierechter oordeelde dat geen rechtvaardigingsgrond bestond en dat het handelen strafbaar was.
De officier van justitie eiste een geheel voorwaardelijke werkstraf van 20 uur met een proeftijd van twee jaar, subsidiair vervangende hechtenis van 10 dagen. De politierechter volgde dit en legde de verdachte deze straf op. Daarnaast werd een voorschot van €80 aan immateriële schadevergoeding toegekend aan het slachtoffer. Verdachte werd vrijgesproken van de overige tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende bewijs.
De benadeelde partij werd voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen en verwezen naar de burgerlijke rechter voor verdere schadeclaims. De verdachte werd gewezen op het recht om binnen veertien dagen hoger beroep aan te tekenen.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke werkstraf van 20 uur wegens mishandeling met een pollepel en veroordeeld tot betaling van €80 immateriële schadevergoeding.