ECLI:NL:RBMID:2009:BH3820
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het recht op herleving van wachtgelduitkering na prijsgeven van inkomsten
Eiser, voormalig ambtenaar, verzocht om herleving van zijn wachtgelduitkering per 1 april 2006 nadat zijn inkomsten uit werkzaamheden bij een bedrijf per 1 december 2001 waren beëindigd. Verweerder had dit verzoek afgewezen omdat eiser de inkomsten bij dat bedrijf vrijwillig had prijsgegeven, waardoor het wachtgeld op nihil was gesteld volgens artikel 14 van Pro het Rijkswachtgeldbesluit 1959 (Rwb).
De rechtbank overweegt dat het besluit van 11 april 2002, waarin werd vastgesteld dat de inkomsten vrijwillig waren prijsgegeven, rechtens onaantastbaar is omdat eiser hiertegen geen bezwaar heeft gemaakt. De tekst van artikel 14 Rwb Pro maakt duidelijk dat prijsgegeven inkomsten blijvend in mindering worden gebracht op het wachtgeld, zonder mogelijkheid tot tijdelijke vermindering.
Eisers inspanningen om vervangende inkomsten te verkrijgen en het feit dat deze inkomsten buiten zijn schuld zijn beëindigd, kunnen geen invloed hebben op de toepassing van artikel 14 Rwb Pro. De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit terecht is genomen en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek tot herleving van de wachtgelduitkering is ongegrond verklaard.