ECLI:NL:RBMID:2009:BH7011
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling aflossingsverplichting en terugvordering leenbijstand bij aankoop woning tijdens bijstand
Eiseres ontving leenbijstand onder de voorwaarde dat zij de afwikkeling van de boedelscheiding zou melden. Verweerder vorderde de leenbijstand terug en beëindigde de bijstand per 1 juni 2006. Eiseres maakte bezwaar tegen de vaststelling van haar vermogen, met name de waardering van haar woning en de kwalificatie van een onderhandse lening als schuld.
De rechtbank oordeelt dat de woning als vermogensbestanddeel moet worden meegenomen bij de vaststelling van het vermogen volgens artikel 34 van Pro de WWB. De stelling van eiseres dat de woning niet zou worden meegenomen, wordt verworpen. Daarnaast is de onderhandse lening als schuld aannemelijk gemaakt met een schuldbekentenis die een concrete terugbetalingsverplichting bevat.
Hoewel de lening als schuld wordt erkend, wordt deze slechts voor het bedrag meegenomen dat de waarde van de woning overschrijdt na hypotheek. Eiseres wordt verweten onvoldoende besef van verantwoordelijkheid te hebben getoond door extra schulden aan te gaan tijdens de bijstand. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met artikel 34 WWB Pro, maar behoudt de rechtsgevolgen omdat de aflossingsverplichting niet lager wordt. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd met behoud van rechtsgevolgen.