ECLI:NL:RBMID:2009:BI5175
Rechtbank Middelburg
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot vestiging tweede hypotheekrecht wegens ontbreken rechtstreekse verbintenis
Op 18 januari 2007 sloten ING en ELD een aannemingsovereenkomst voor de bouw van een leisure- en retailcenter, waarbij een ontbindende voorwaarde met zekerheidstelling in de vorm van een tweede hypotheekrecht was opgenomen. Het economisch eigendom van een appartementsrecht werd geleverd door Hersenco aan ING Bewaar, die dit vervolgens aan ING verkocht. ING vorderde dat Hersenco medewerking zou verlenen aan de vestiging van een tweede hypotheekrecht op het appartementsrecht sub 2, als zekerheid voor de terugbetalingsverplichting van ELD jegens ING.
Hersenco voerde verweer dat zij jegens ING niet gebonden was, omdat de leveringsakte en aannemingsovereenkomst geen rechtstreekse verbintenis tussen Hersenco en ING bevatten. De voorzieningenrechter oordeelde dat ING geen rechten uit de leveringsakte jegens Hersenco heeft verkregen en dat de ontbindende voorwaarde tussen ING en ELD niet rechtstreeks op Hersenco van toepassing is. Ook het argument dat Hersenco en ELD groepsmaatschappijen zijn, werd niet relevant geacht.
Verder stelde de rechter dat een derdenhypotheek slechts kan worden gevestigd indien dit uitdrukkelijk bij akte is overeengekomen tussen de betrokken partijen, hetgeen niet is gesteld of gebleken. Daarom kon ING Hersenco niet aanspreken tot vestiging van een tweede hypotheekrecht. De vordering werd afgewezen en ING werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van ING tot medewerking aan vestiging van een tweede hypotheekrecht door Hersenco wordt afgewezen.