ECLI:NL:RBMID:2009:BJ2389
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot kentekenafgifte bestelauto wegens niet voldoen aan BPM-eisen
Meizon heeft eind december 2008 een tweede Peugeot Partner gekocht in België met de intentie deze als bestelauto binnen haar bedrijf te gebruiken. Na aanpassingen aan de auto, waaronder het plaatsen van een tussenschot van 30 cm hoogte en het lassen van platen aan de bovenzijde van de portieropeningen, verzocht Meizon bij de RDW en het BPM-aangiftepunt om een kenteken voor een bestelauto. Dit verzoek werd geweigerd omdat de auto niet voldeed aan de wettelijke criteria.
De rechtbank oordeelt dat de auto niet als bestelauto kan worden aangemerkt volgens artikel 3 lid 3 sub b en Pro c van de Wet BPM 1992. De door Meizon aangebrachte aanpassingen voldoen niet aan de eis dat de laadruimte ten minste 25 cm hoger moet zijn dan de cabine, mede omdat het lassen van platen aan de bovenzijde van de portieropeningen niet leidt tot het vereiste hoogteverschil.
De rechtbank verwerpt het verweer van de Staat dat de civiele rechter niet bevoegd is, en bevestigt dat Meizon toegang heeft tot de burgerlijke rechter omdat zij nog geen BPM-aangifte heeft gedaan. De vordering wordt afgewezen en Meizon wordt veroordeeld in de proceskosten van de Staat, begroot op €1.316,00.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af omdat de auto niet voldoet aan de wettelijke eisen voor een bestelauto volgens de Wet BPM 1992.