ECLI:NL:RBMID:2009:BJ4932
Rechtbank Middelburg
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vordering tot ontruiming en tenaamstelling huurovereenkomst na beëindiging relatie
Partijen hadden een affectieve relatie die geruime tijd geleden is beëindigd. Zij woonden samen met de kinderen van de vrouw in een woning te Vlissingen, waarvan de huurovereenkomst op naam van beiden stond. Na beëindiging van de relatie bleven zij in de woning wonen. De vrouw vorderde dat de man de woning zou verlaten en meewerken aan wijziging van de huurovereenkomst, onder verwijzing naar een onhoudbare situatie en het belang van haar schoolgaande kinderen.
De man betwistte de onhoudbaarheid van de situatie en stelde geen bruikbare alternatieven voor huisvesting te hebben. De voorzieningenrechter overwoog dat de situatie vergelijkbaar is met een echtscheidingssituatie waarin het voortgezet gebruik van de woning wordt betwist. Hoewel de onhoudbaarheid niet objectief vaststond, was het voldoende dat één partij de situatie als onprettig ervaart.
De belangenafweging viel uit in het voordeel van de vrouw, gelet op haar gezinssituatie en het belang van de kinderen om op hun school te blijven. De man kreeg een termijn van zes weken om de woning te verlaten en mee te werken aan de tenaamstelling van de huurovereenkomst. Een dwangsom werd opgelegd voor het geval van niet-naleving. De proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De man moet binnen zes weken de woning verlaten en meewerken aan wijziging van de huurovereenkomst onder dwangsom.