ECLI:NL:RBMID:2009:BK8243
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezit en eigendom van stroken grond grenzend aan perceel in geschil
In deze civiele zaak stond centraal of [gedaagde 1] en [gedaagde 2] al dan niet onafgebroken bezitters waren van bepaalde stroken grond behorende tot perceel [perceel 1], grenzend aan perceel [perceel 2]. De bewijsopdracht betrof de periode vanaf 1976 tot ten minste tien jaar voorafgaand aan 31 mei 2007.
De rechter beoordeelde getuigenverklaringen van partijen en derden. Voor de achterzijde van perceel [perceel 2] bestond geen geschil meer over de grens, zodat de vordering ten aanzien van deze strook werd toegewezen. Voor de linkerzijde werd vastgesteld dat het bezit slechts tot een denkbeeldige lijn liep, gemeten vanaf de achterzijde van een ligusterhaag tot aan een kadasterpaaltje, en dat het verder gelegen deel niet als bezit kon worden aangemerkt. De vordering werd hier gedeeltelijk toegewezen.
Ten aanzien van de rechterzijde concludeerde de rechtbank dat het perceel steeds was afgebakend met houten plankjes en dat het gebruik als parkeerterrein, ook zonder volledige betegeling, voldoende was om bezit aan te nemen. De vordering werd voor dit deel afgewezen.
De rechtbank veroordeelde [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tot beëindiging van het bezit en verwijdering van aanwezige tegels en hekwerken op de toegewezen stroken binnen een maand na betekening, onder verbeurte van een dwangsom. Proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen voor de linker- en achterzijde van het perceel en afgewezen voor de rechterzijde.