ECLI:NL:RBMID:2009:BK8451
Rechtbank Middelburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens ongerechtvaardigde verrijking bij verkoop auto na echtscheiding
Eiseres en de zoon van gedaagde waren gehuwd in gemeenschap van goederen en zijn inmiddels gescheiden. De auto, onderdeel van de gemeenschap, werd verkocht waarbij gedaagde de financieringsschuld van €9.532,47 aflostte. Eiseres vorderde betaling van het verschil tussen de door haar gestelde waarde van de auto (€17.700) en de afgeloste schuld, stellende dat sprake was van ongerechtvaardigde verrijking.
Gedaagde voerde verweer dat eiseres niet-ontvankelijk was in haar vordering en dat de koopprijs redelijk was. De rechtbank oordeelde dat eiseres bevoegd was om de primaire vordering zelfstandig in te stellen, maar niet de subsidiaire vordering die alleen aan haar toekwam. De rechtbank stelde vast dat gedaagde de schuld aflost om de financiële situatie van eiseres en zijn zoon te verlichten, zonder zelf financieel voordeel te behalen.
De rechtbank concludeerde dat de aflossing van de schuld als redelijke tegenprestatie kon worden beschouwd en dat er geen sprake was van ongerechtvaardigde verrijking. De vordering werd afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten. De voorwaardelijke reconventie van gedaagde werd niet inhoudelijk beoordeeld omdat de voorwaarde niet was vervuld.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt eiseres in de proceskosten.