ECLI:NL:RBMID:2009:BK8508
Rechtbank Middelburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke veroordeling tot betaling van rente over gedeeltelijke lening na betwisting hoofdsom
Eiser vordert hoofdelijke veroordeling van gedaagden tot betaling van €17.028,53 vermeerderd met rente en incassokosten, gebaseerd op een leningsovereenkomst uit 2002. Gedaagden betwisten de hoogte van de hoofdsom en stellen dat zij slechts maximaal €3.721 hebben ontvangen. Tevens voeren zij aan dat het rentepercentage onredelijk hoog is en dat eiser onvoldoende contact heeft gezocht.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet heeft aangetoond dat het volledige bedrag van €17.028,53 daadwerkelijk aan gedaagden is verstrekt, mede omdat de notariële akte geen bewijs levert dat dit bedrag is uitbetaald. Eiser kon tijdens comparitie de opbouw van het gevorderde bedrag niet toelichten, wat de rechtbank opvat als het niet willen leveren van bewijs. Daarom wordt aangenomen dat gedaagden slechts over €3.721 rente verschuldigd zijn.
Verder is het rentepercentage van 10,21% overeengekomen en is niet gebleken dat dit onredelijk is. De rente wordt toegewezen vanaf 3 mei 2007, het moment waarop gedaagden voor het eerst sinds lange tijd weer contact hadden met eiser. De hoofdsomvordering wordt afgewezen omdat deze nog niet opeisbaar was. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagden.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van rente over €3.721 vanaf 3 mei 2007, hoofdsomvordering wordt afgewezen.