ECLI:NL:RBMID:2009:BK9113
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bruikleenovereenkomst en schadevergoeding wegens onrechtmatig gebruik grond
De eiser is erfpachter van grond die bij overeenkomst van 7 juli 1977 voor onbepaalde tijd in bruikleen aan De Vlier is gegeven. De Vlier heeft de bruikleenovereenkomst per 1 november 1995 opgezegd, maar is daarna zonder recht of titel blijven verhuren aan gebruikers van de percelen. Eiser vordert schadevergoeding wegens onrechtmatige daad en ongerechtvaardigde verrijking.
De rechtbank kwalificeert de overeenkomst als een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd en oordeelt dat deze opzegbaar is op grond van redelijkheid en billijkheid zonder dat een zwaarwegende grond vereist is. De opzegging per 1 november 1995 wordt als rechtsgeldig beoordeeld, en de opzegtermijn als redelijk.
De Vlier heeft onrechtmatig gehandeld door de grond zonder recht of titel te blijven verhuren, waardoor zij ongerechtvaardigd is verrijkt. De gevorderde schadevergoeding wordt toegewezen, inclusief wettelijke rente vanaf dagvaarding. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank wijst het verzoek af om De Vlier te verplichten gebruikers te berichten dat zij rechtstreeks aan eiser moeten betalen, omdat de rechtsverhouding tussen De Vlier en gebruikers niet aan eiser kan worden overgedragen. De Vlier wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De bruikleenovereenkomst is per 1 november 1995 beëindigd en De Vlier is veroordeeld tot betaling van schadevergoeding wegens onrechtmatige verhuur.