ECLI:NL:RBMID:2009:BK9164
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.C. de Regt
- Rechtspraak.nl
Verplichte inbreng van verkapte schenking in nalatenschap na verkoop landbouwpercelen
Deze civiele zaak betreft een geschil tussen erfgenamen over de inbreng van een vermeende verkapte schenking in de nalatenschap van hun overleden moeder. Moeder had drie percelen bouwland verpacht en later verkocht aan [gedaagde], die deze percelen doorverkocht aan de gemeente Spijkenisse met aanzienlijke winst. [Eiseres] vordert dat deze winst, als schenking beschouwd, wordt ingebracht in de nalatenschap.
De rechtbank stelt vast dat Moeder bewust afstand heeft gedaan van haar aanspraken op een vergoeding op grond van artikel 56i Pachtwet, wat neerkomt op een materiële schenking aan [gedaagde]. Omdat deze schenking vóór 1 januari 2003 heeft plaatsgevonden, geldt het oude erfrecht, dat inbreng verplicht stelt tenzij anders bepaald. [Gedaagde] betwist het eigendom en de schenking, maar zijn verweren worden niet gevolgd.
De rechtbank verklaart voor recht dat [gedaagde] de schenking van €693.371,63 met 6% rente vanaf het openvallen van de nalatenschap moet inbrengen. Het gebod om met de andere erfgenamen tot verdeling over te gaan wordt afgewezen omdat niet alle erfgenamen zijn betrokken en er onderling onenigheid bestaat. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: De schenking van €693.371,63 met rente moet door [gedaagde] worden ingebracht in de nalatenschap; het gebod tot verdeling met andere erfgenamen wordt afgewezen.