ECLI:NL:RBMID:2009:BL0881

Rechtbank Middelburg

Datum uitspraak
9 november 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
184726
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.J.M. Klarenbeek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.3 onder b Duisenbergregeling
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens geldige opt-outverklaring ex-echtgenote bij effectenlease

De zaak betreft een effectenlease-overeenkomst die door [partij X] is aangegaan met Bank Labouchère N.V., later opgevolgd door Dexia, welke eindigde met een restschuld. Varde, als rechtsopvolger van Dexia, vordert betaling van deze restschuld. [partij X] stelt dat zijn ex-echtgenote een geldige opt-outverklaring heeft afgegeven, waardoor de Duisenbergregeling niet op hem van toepassing is.

De kantonrechter beoordeelt de geldigheid van de opt-outverklaring en het standpunt van partijen. Varde erkent de geldigheid van de opt-outverklaring van de ex-echtgenote maar betwist die van [partij X]. De rechter oordeelt dat volgens art. 2.3 onder b van de Duisenbergregeling de persoon van wie de eega een geldige opt-outverklaring heeft afgelegd niet aan de regeling gebonden is.

Varde heeft de dagvaarding ingediend zonder kennis van het standpunt van [partij X] omtrent de opt-outverklaring, maar dit leidt niet tot nietigheid van de dagvaarding. De vordering wordt afgewezen en Varde wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering van Varde wordt afgewezen wegens een geldige opt-outverklaring van de ex-echtgenote.

Uitspraak

Uitspraak
zaak/rolnr.: 09-2356 blad 3
RECHTBANK MIDDELBURG
Sector kanton
169434 08-2642
Locatie Middelburg
zaak/rolnr.: 184726/09-2356
vonnis van de kantonrechter d.d. 9 november 2009
in de zaak van
de rechtspersoon naar Iers recht
Varde Investements (Ireland) Limited,
gevestigd te Dublin Ierland,
met gekozen woonplaatsen [Nederland],
eisende partij;
verder te noemen: Varde,
gemachtigde: mr. G.J. Schras,
t e g e n :
[gedaagde]
wonende te [adres],
gedaagde partij;
verder te noemen: [partij X],
gemachtigde: mr. G. van Dijk,
het verloop van de procedure
De procedure is als volgt verlopen:
- dagvaarding van 9 juni 2008,
- conclusies van antwoord, repliek en dupliek.
de beoordeling van de zaak
1.1. [partij X] is van [begin] 1995 tot [begin] 2006 gehuwd geweest met [mevrouw Z]. [partij X] is in december 2000 een effectenlease-overeenkomst aangegaan met Bank Labouchère N.V., handelende onder de naam Legio-Lease, en wel een overeenkomst genaamd “WinstVerDrieDubbelaar” nr. 29409858 met een looptijd van 36 maanden. Dat is een restschuldproduct. Dexia is de rechtsopvolgster van Bank Labouchère N.V. Het contract is geëindigd met een restschuld. Volgens de eindafrekening van Dexia diende [partij X] nog € 8.112,94 te betalen.
1.2. [partij X] en [mevrouw Z] hebben niet zelf een opt-out-verklaring ingediend naar aanleiding van het algemeen verbindend verklaren van de Duisenbergregeling op 25 januari 2007. Wel heeft Leaseproces in de persoon van de huidige gemachtigde van [partij X] bij aangetekende brief d.d. 27 maart 2007 aan de door het gerechtshof aangewezen notaris mr. J.E. Kielstra te Den Haag (verder: de notaris) meegedeeld dat de in de bijlage genoemde cliënten van Leaseproces niet aan de Duisenbergregeling gebonden wensen te zijn en dat kopieën van door hen getekende volmachten zijn bijgesloten. Bij brief van 24 april 2007 heeft de notaris aan Leaseproces lijsten toegezonden van door hem goedgekeurde opt-outers. Op een van deze lijsten komt [mevrouw Z] voor, de ex-echtgenote van [partij X].
1.3. Bij brief van [januari] 2008 heeft EDR Incasso [partij X] ervan op de hoogte gesteld dat Dexia haar vordering op hem heeft overgedragen aan Varde.
2.1. Varde heeft de betaling gevorderd van deze vordering wegens een restschuld van € 2.831,26, verhoogd met rente en incassokosten, totaal € 3.463,06 met verdere rente.
2.2. [partij X] heeft in de eerste plaats verzocht de dagvaarding nietig te verklaren op de gronden dat Varde bekend is met de situatie van cliënten van Leaseproces die de opt-outverklaring door Leaseproces hebben laten uitbrengen, en toch zonder onderzoek tot dagvaarden overgaat. Dat is volgens [partij X] strijdig met een goede procesorde en met de substantiëringsplicht.
2.3. [partij X] heeft voorts een opt-outvolmacht in fotokopie in het geding gebracht en heeft daaruit afgeleid dat er door Leaseproces zowel namens [partij X] als namens [mevrouw Z] een geldige opt-outverklaring is ingediend. Daarbij heeft [partij X] erop gewezen dat hij zelf geen opt-outverklaring behoefde in te dienen, maar dat hij dat volledigheidshalve wel heeft gedaan. [partij X] beroept zich hierbij op art. 2.3 onder b van de Duisenbergregeling.
nietigheid
3. De wet vereist dat de aan de eisende partij bekende weren in de dagvaarding worden vermeld en besproken. Varde heeft aangevoerd dat zij weliswaar bekend is met een keur van haars inziens onterechte weren van cliënten van Leaseproces, maar dat zij op het moment van dagvaarding niet weet of zij nog cliënt zijn en/of of zij zich op eerdere weren willen beroepen. Dit argument treft doel. Uit niets blijkt dat het Varde voor de dagvaarding bekend was dat [partij X] zich op het standpunt stelt dat zijn ex-echtgenote een geldige opt-outverklaring heeft uitgebracht en dat hijzelf geen opt-outverklaring behoefde in te dienen. In het bijzonder is niet gesteld of gebleken dat dit standpunt aan Varde is bekend gemaakt naar aanleiding van de aanschrijving door Varde per brief d.d. [januari] 2008. Er is geen behoefte aan dat Varde in de dagvaarding reeds bij voorbaat allerlei mogelijke standpunten ten aanzien de opt-outverklaring bespreekt. De dagvaarding is door de anticipatie op diverse mogelijke standpunten al lang genoeg. De dagvaarding is dus geldig.
opt-out
4.1. Varde heeft niet weersproken dat [mevrouw Z] een geldige opt-outverklaring heeft uitgebracht, zodat de kantonrechter daarvan uitgaat. Varde heeft wel betwist dat [partij X] een geldige opt-outverklaring heeft uitgebracht, maar de kantonrechter gaat daaraan voorbij aangezien art. 2.3 onder b van de Duisenbergregeling bepaalt dat de persoon van wie de Eega tijdig een opt-outverklaring aflegt niet een gerechtigde is van de Duisenbergregeling. [partij X] is dus niet door de Duisenbergregeling gebonden.
4.2. Varde heeft gedagvaard op basis van een vaststellingsovereenkomst, in dit geval de algemeen verbindend verklaarde Duisenbergregeling. Nu deze regeling [partij X] niet blijkt te binden komt de grondslag aan de vordering te ontvallen, zodat deze moet worden afgewezen. Varde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de proceskosten.
DE BESLISSING
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt Varde in de kosten van het geding, welke aan de zijde van [partij X] tot op heden worden begroot op € 400,- wegens salaris van de gemachtigde van [partij X].
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.M. Klarenbeek, kantonrechter, en eerder dan na uitstel bepaald uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 november 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.