ECLI:NL:RBMID:2009:BL5557
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid Intrum Justitia wegens ontbreken bewindvoerder in procedure
De kantonrechter heeft vastgesteld dat ten aanzien van [partij X] een beschermingsbewind ex art. 1:431 BW Pro is uitgesproken. Intrum Justitia vordert betaling van openstaande facturen, maar heeft nagelaten de bewindvoerder van [partij X] als partij in het geding te betrekken. Hoewel Intrum Justitia stelt dat de overeenkomst vóór de onderbewindstelling is gesloten, oordeelt de kantonrechter dat de bewindvoerder formeel partij had moeten zijn volgens art. 1:441 BW Pro, omdat deze de rechthebbende in en buiten rechte vertegenwoordigt.
Intrum Justitia heeft de gevraagde stukken, waaronder de overeenkomst en facturen, niet in het geding gebracht en heeft geen onderbouwing gegeven waarom haar algemene voorwaarden geen oneerlijk beding bevatten conform Richtlijn 93/13/EEG. De kantonrechter verklaart Intrum Justitia niet-ontvankelijk in haar vordering wegens het niet betrekken van de bewindvoerder.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De overige stellingen behoeven geen verdere beoordeling. Het vonnis is gewezen door kantonrechter C. Kool en uitgesproken op 16 november 2009.
Uitkomst: Intrum Justitia wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betrekken van de bewindvoerder in de procedure.