ECLI:NL:RBMID:2009:BL5580

Rechtbank Middelburg

Datum uitspraak
24 augustus 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
181918
Instantie
Rechtbank Middelburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:441 BWRichtlijn 93/13/EEG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling vordering onder bewind gestelde partij in consumentenovereenkomst met T-Mobile

Intrum Justitia heeft namens T-Mobile Netherlands B.V. een vordering ingediend tegen partij X wegens onbetaalde facturen ter hoogte van €1.984,20, vermeerderd met rente en incassokosten. Partij X is onder bewind gesteld, wat door haar is aangevoerd als verweer tegen de vordering. De rechtbank constateert dat partij X eerder failliet is verklaard en dat het faillissement is opgeheven wegens gebrek aan baten.

De rechtbank wijst erop dat Intrum Justitia moet aangeven wat de gevolgen zijn van de onderbewindstelling voor haar vordering, conform artikel 1:441 BW Pro. Tevens moet Intrum Justitia de overeenkomst en facturen overleggen en motiveren waarom zij aanspraak maakt op betaling van vaste periodieke kosten over de resterende contractsduur. Indien een beroep wordt gedaan op algemene voorwaarden, dient Intrum Justitia te onderbouwen dat deze niet oneerlijk zijn in de zin van de EU-richtlijn 93/13/EEG.

De rechtbank houdt verdere beslissing aan en verwijst de zaak naar een rolzitting, waarbij Intrum Justitia aanvullende informatie moet verstrekken. Het vonnis is gewezen door kantonrechter C. Kool en uitgesproken op 24 augustus 2009.

Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en verlangt nadere toelichting van Intrum Justitia over de gevolgen van de onderbewindstelling voor de vordering.

Uitspraak

Uitspraak
zaak/rolnr.: 09-1371 blad 2
RECHTBANK MIDDELBURG
Sector kanton
Locatie Middelburg
zaak/rolnr.: 181918/09-1371
vonnis van de kantonrechter d.d. 24 augustus 2009
inzake
de besloten vennootschap
Intrum Justitia Nederland B.V.,
gevestigd te ’s-Gravenhage,
eisende partij,
verder te noemen: Intrum Justitia,
gemachtigde: PVU Gerechtsdeurwaarders,
t e g e n :
[X],
wonende te [adres],
gedaagde partij,
verder te noemen: [partij X],
in persoon.
het verloop van de procedure
De procedure is als volgt verlopen:
- dagvaarding van 25 februari 2009,
- mondeling antwoord,
- conclusies van repliek,
- mondelinge toelichting.
de beoordeling van de zaak
1. Tussen partijen staat vast dat [partij X] met T-Mobile Netherlands B.V. (althans met haar rechtsvoorgangster) een overeenkomst heeft gesloten om van de diensten van T-Mobile gebruik te mogen maken. Volgens Intrum Justitia heeft [partij X] facturen tot een bedrag van € 1.984,20 onbetaald gelaten. Intrum Justitia vordert nu de veroordeling van [partij X] tot betaling van dat bedrag, te vermeerderen met € 122,19 wegens rente en € 300,00 wegens buitengerechtelijke incassokosten. Het totaal ad € 2.406,39 dient nog te worden vermeerderd met verdere rente en de proceskosten. Intrum Justitia geeft aan de vordering van T-Mobile te hebben gekocht.
2. [Partij X] heeft verweer gevoerd tegen de vordering. Het verweer komt er op neer dat zij onder bewind is gesteld en dat zij bij gebreke van wetenschap de hoogte van de vordering betwist. Alle papieren liggen bij haar bewindvoerster.
3. Intrum Justitia heeft daarop verklaard dat [partij X] ook richting haar heeft aangegeven te zijn toegelaten tot de WSNP dan wel onder bewind te staan, maar dat [partij X] heeft nagelaten van een en ander bewijsstukken te produceren.
4. De kantonrechter overweegt dat uit het Centraal Insolventieregister blijkt dat [partij X] bij beslissing van de rechtbank Rotterdam van [medio] 2006 in staat van faillissement is verklaard door tussentijdse beëindiging van de schuldsanering. Dit faillissement is bij beslissing van de rechtbank Rotterdam van [medio] 2007 opgeheven wegens gebrek aan baten.
5. Het is de kantonrechter verder ambtshalve bekend is dat bij beslissing van de rechtbank Middelburg, sector kanton, locatie Zierikzee, van [eind] 2007 een bewind is ingesteld over de goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan [partij X]. De kantonrechter zal, nu [partij X] zich op de onderbewindstelling heeft beroepen, Intrum Justitia in de gelegenheid stellen wat de uitgesproken onderbewindstelling voor gevolgen heeft op haar vordering jegens [partij X], zulks gelet op art. 1:441 BW Pro. De kantonrechter wijst daarbij tevens op het arrest van het gerechtshof Leeuwarden d.d. 14 september 2006, NJF 2007, 237 en het vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 24 april 2008, NJF 2008, 263.
6. Indien Intrum Justitia haar vordering tegen [partij X] handhaaft dient zij in ieder geval ook in het geding te brengen de onderhavige overeenkomst en de facturen, waarvan betaling wordt gevorderd. Intrum Justitia dient verder aan te geven op grond waarvan [partij X] gehouden is tot betaling van de vaste periodieke kosten over de resterende contractsduur, zoals bij dagvaarding onder 9. genoemd. Indien Intrum Justitia zich beroep op haar algemene voorwaarden, dient zij tevens aan te geven waarom het betrokken beding niet oneerlijk is in de zin van Richtlijn nummer 93/13/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten.
DE BESLISSING
De kantonrechter:
verwijst deze zaak naar de rolzitting van 21 september 2009 te 10.00 uur,
opdat Intrum Justitia bij akte inlichtingen zal geven als in dit vonnis onder 5. en 6. overwogen;
heeft het voornemen om dan geen verder uitstel toe te staan;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Kool, kantonrechter, en uitge¬spro¬ken ter open¬bare terechtzitting van 24 augustus 2009, in tegenwoordigheid van de grif¬fier.