ECLI:NL:RBMID:2009:BL6408
Rechtbank Middelburg
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Onredelijk bezwarend beding in huurovereenkomst en gevolgen buitengerechtelijke ontbinding
De zaak betreft een geschil over de ontbinding van een huurovereenkomst en de gevolgen daarvan. De kantonrechter heeft overwogen dat artikel 28 van Pro de algemene bepalingen, dat buitengerechtelijke ontbinding door de huurder uitsluit, een onredelijk bezwarend beding is en vernietigbaar op grond van het Burgerlijk Wetboek. Hierdoor is de huurovereenkomst met brief van 27 maart 2009 buitengerechtelijk ontbonden per 28 maart 2009.
Verder is geoordeeld dat de vordering tot betaling van een contractuele boete wegens niet-gebruik van het gehuurde na die datum niet toewijsbaar is, omdat de huurder vanaf die datum was ontslagen van zijn gebruiksverplichting. Betalingen van huur en waarborgsom zijn geanalyseerd aan de hand van bankafschriften en bepalingen van de huurovereenkomst. De waarborgsom is niet voldaan en de huurprijs over oktober 2008 wel. Er is geen bewijs van huurachterstand of mutatieschade, waardoor de vordering tot gedeeltelijke betaling van de waarborgsom niet toewijsbaar is.
De kantonrechter oordeelt ook dat de kosten van de verstekprocedure niet voor rekening van de huurder komen, omdat de dagvaarding niet op correcte wijze is betekend en de gemachtigde van de huurder niet geïnformeerd was. Het verzet tegen het verstekvonnis wordt gegrond verklaard, het verstekvonnis wordt vernietigd voor zover het vorderingen toewijst, en de vermeerderde vordering wordt afgewezen. De kosten van het verzet worden aan de huurder opgelegd.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, het verstekvonnis vernietigd voor zover vorderingen zijn toegewezen, en de vorderingen van verhuurder worden afgewezen of beperkt.