ECLI:NL:RBMID:2009:BL7849

Rechtbank Middelburg

Datum uitspraak
24 augustus 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
169434
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.J.M. Klarenbeek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:229 BWArt. 7:900 BW
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering op grond van vaststellingsovereenkomst Dexia Aanbod effectenlease

In deze zaak stond de vraag centraal of [partij X] gebonden was aan de vaststellingsovereenkomst Dexia Aanbod met betrekking tot een effectenlease "Feestplan". [Partij X] had samen met haar echtgenoot het Dexia Aanbod ondertekend, maar voerde onder meer dwaling en onjuiste voorlichting aan als verweer.

De kantonrechter oordeelde dat het Dexia Aanbod een vaststellingsovereenkomst betreft die een nieuwe rechtstoestand schept en dat [partij X] en haar echtgenoot voldoende bewust waren van de inhoud en strekking van deze overeenkomst. Het beroep op dwaling werd daarom gepasseerd. Ook het verweer dat sprake zou zijn van onjuiste en onvolledige voorlichting door Legio Lease werd verworpen, mede omdat partijen een vaststellingsovereenkomst sloten die een regeling tot stand brengt.

Daarnaast wees de kantonrechter het verweer tegen vergoeding van buitengerechtelijke kosten toe, omdat Varde slechts beperkte werkzaamheden had verricht die onder de proceskosten vielen. De vordering tot betaling van € 12.389,63, vermeerderd met wettelijke rente, werd toegewezen. [Partij X] werd veroordeeld in de proceskosten en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De vordering van Varde wordt toegewezen en [partij X] wordt veroordeeld tot betaling van € 12.389,63 plus wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

Uitspraak
zaak/rolnr.: 169434 /
RECHTBANK MIDDELBURG
Sector kanton
169434 08-2642
Locatie Middelburg
zaak/rolnr.: 169434 / 08-[2642]
vonnis van de kantonrechter d.d. 24 augustus 2009
in de zaak van
de rechtspersoon naar Iers recht
Varde Investement (Ireland) Limited,
gevestigd te Dublin Ierland,
met gekozen woonplaatsen [in Nederland],
eisende partij,
verder te noemen: Varde,
gemachtigde: mr. G.J. Schras,
t e g e n :
[X],
wonende te [adres],
gedaagde partij,
verder te noemen: [partij X],
gemachtigde: mr. S.C.M. Asselbergs.
het verloop van de procedure
De procedure is als volgt verlopen:
- dagvaarding van 12 juni 2008,
- conclusies van antwoord, repliek en dupliek.
- tussenvonnis van 15 december 2008,
- akte en antwoordakte.
de verdere beoordeling van de zaak
1. De kantonrechter handhaaft hetgeen is overwogen en beslist bij het tussenvonnis. De inhoud van dat vonnis moet als hier ingelast worden beschouwd. Varde heeft de gevraagde stukken in het geding gebracht. [Partij X] heeft tegengeworpen dat Varde met al deze bescheiden niet heeft voldaan aan het verzoek van de kantonrechter om uiteen te zetten voor welke mogelijkheid [partij X] heeft gekozen. [Partij X] heeft voorts aangevoerd dat zij bij het Dexia Aanbod niet het pakket stukken heeft ontvangen dat Varde thans als produktie 2 is overgelegd en waar kennelijk in het ondertekeningsformulier van het Dexia Aanbod d.d. [maart] 2003 (produktie 3 bij dagvaarding) naar wordt verwezen.
2. Aldus heeft [partij X] onvoldoende gemotiveerd weersproken dat dat formulier betrekking heeft op de “Overeenkomst Dexia Aanbod”, die Varde na het tussenvonnis in het geding heeft gebracht. [Partij X] heeft het formulier ondertekend waarop de volgende tekst is aangekruist:
“Ja ik ga in op het Dexia Aanbod.
Door ondertekening van dit formulier, dat voor zoveel nodig geldt als een akte, ga ik met Dexia Bank Nederland N.V. de Overeenkomst Dexia Aanbod aan. De volledige tekst van de Overeenkomst Dexia Aanbod als opgenomen bij de Juridische Documenten Dexia Aanbod moet, voor zoveel nodig, geacht worden volledig in dit aanmeldingsformulier te zijn gelast en herhaald. Ik verklaar deze overeenkomst ontvangen, gelezen en begrepen te hebben, en met de bepalingen daarvan in te stemmen.”
Indien de door Varde overgelegde Overeenkomst Dexia Aanbod niet de overeenkomst is waarvoor zij hier uitdrukkelijk heeft getekend, dan had zij van haar kant de juiste overeenkomst in het geding moeten brengen of althans duidelijk moeten maken waar volgens haar de overeenkomst inhoudt waarvoor zij heeft getekend. De kantonrechter gaat daarom uit van de Overeenkomst Dexia Aanbod die Varde in het geding heeft gebracht.
3. In deze overeenkomst wordt voor de effectenlease-overeenkomst die op of na 1 april 2003 afloopt een andere regeling gegeven dan voor die welke na 1 april 2003 afloopt. Inderdaad heeft de deelnemer in het laatste geval eerst een keuzemogelijkheid ná ommekomst van de reguliere looptijd. [Partij X] is een effectenlease-overeenkomst “Feestplan” aangegaan op of omstreeks 24 oktober 2000 voor de looptijd van 120 maanden. Deze waren op 1 april 2003 niet verstreken, zodat [partij X] inderdaad geen keuzemogelijkheden heeft gehad vóór de gedwongen beëindiging van het contract.
4. Aangezien de echtgenoot van [partij X] het formulier van het Dexia Aanbod samen met [partij X] heeft ondertekend, mag ervan uit worden gegaan dat hij toestemming heeft gegeven voor het aanvaarden van het Dexia Aanbod door [partij X]. Het beroep op dwaling dat [partij X] en haar echtgenoot hebben gedaan ten aanzien van het Dexia Aanbod is onvoldoende onderbouwd en wordt daarom gepasseerd. Want er kan van uit worden gegaan dat zij beschikten over de tekst van de Overeenkomst Dexia Aanbod. Indien die tekst voor [partij X] en haar echtgenoot niet of onvoldoende duidelijk was, dan had het op hun weg gelegen om zich, al dan niet met de hulp van anderen, inspanningen te getroosten de strekking van de overeenkomst wèl te begrijpen, alvorens daarvoor te tekenen.
5. [Partij X] heeft aangevoerd dat zij destijds door Legio Lease onjuist en onvolledig voorgelicht over de gevaren c.q. mogelijke nadelen van het “Feestplan” voor haar en dat zij op dezelfde onvoldoende c.q. gebrekkige wijze is voorgelicht over het Dexia Aanbod. [Partij X] is zich overigens niet bewust enige vaststellingsovereenkomst te zijn aangegaan of aanbod te hebben aanvaard. Varde is hierop niet ingegaan stellende dat het verweer aangaande de zorgplicht faalt nu partijen een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten, die ook ten aanzien van dit verweer beoogt een regeling tot stand te brengen.
6. Ook dit verweer wordt verworpen. Er is sprake van een overeenkomst met een – voor [partij X] reeds bij het voorstel daartoe kenbare – bijzondere aard, te weten een vaststellingsovereenkomst. Daarbij heeft [partij X] afstand van haar rechten gedaan in ruil voor bepaalde voordelen (althans gunstiger voorwaarden) die voordien niet golden. Deze bijzondere aard brengt met zich dat [partij X] zich er in het bijzonder van bewust behoorde te zijn dat partijen verschillende opvattingen hadden omtrent de rechten en risico’s van de onderliggende effectenlease-overeenkomsten en dat het aanbod tot het aangaan van een dergelijke vaststellingsovereenkomst derhalve kritisch diende te worden beoordeeld. Voor zover [partij X] dit laatste heeft nagelaten kan dit niet aan Dexia en daarmee evenmin aan Varde worden tegengeworpen.
7. Voor zover [partij X] heeft bedoeld te stellen dat de Overeenkomst Dexia Aanbod is te beschouwen als een voortbouwende overeenkomst, welke op grond van artikel 6:229 BW Pro vernietigbaar is wegens (ver)nietig(baar)heid van de onderliggende effectenlease-overeenkomsten, oordeelt de kantonrechter als volgt. De Overeenkomst Dexia Aanbod dient te worden gekwalificeerd als een vaststellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:900 BW Pro. De strekking daarvan is dat partijen in het onzekere verkeren omtrent de relevante feiten en rechtsvragen en dat zij ter voorkoming van een rechtsgeding daarover hun rechtsverhouding nader willen regelen en bindend willen vaststellen. Daarmee is niet verenigbaar dat na het sluiten van die vaststellingsovereenkomst eventueel mogelijk gebleken juridische acties van een partij gericht tegen de onderliggende effectenlease-overeenkomsten die vast-stellingsovereenkomst haar kracht ontnemen (vgl. HR 15 november 1985, LJN: AC4400). Dit brengt met zich dat een mogelijke nietigheid van de effectenlease-overeenkomst(en) – wat daar ook van zij – niet afdoet aan het feit dat [partij X] gebonden is aan de Overeenkomst Dexia Aanbod.
8. Het verweer van [partij X] tegen de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten treft doel. Varde heeft slechts gewezen op twee standaard sommatiebrieven en een enkel telefonisch contact. Dergelijke werkzaamheden plegen te worden vergoed door de geliquideerde proceskosten.
9. Uit het voorgaande volgt dat de vordering in hoofdsom moet worden toegewezen met de wettelijke rente. [Partij X] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de proceskosten.
DE BESLISSING
De kantonrechter:
veroordeelt [partij X] om tegen bewijs van kwijting aan Varde te betalen een bedrag van € 12.389,63 te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 11.587,70 te berekenen vanaf 10 januari 2008 tot de dag der voldoening;
veroordeelt [partij X] in de kosten van het geding, welke aan de zijde van Varde tot op heden worden begroot op € 1.039,71, waaronder begrepen een bedrag van € 750,- wegens salaris van de gemachtigde van Varde;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.M. Klarenbeek, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 augustus 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.