ECLI:NL:RBMID:2010:BL0895
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen inzake zorgverlening en medisch dossier dementerende cliënt
De zaak betreft een geschil tussen de mentor van een dementerende vrouw, die sinds 2007 in een verzorgingstehuis verbleef, en de zorginstelling SVRZ. De cliënt keerde na een weekendbezoek in februari 2009 niet terug naar het verzorgingstehuis, waarna SVRZ de zorgverleningsovereenkomst beëindigde en de kamer aan een ander toewijst. De mentor vordert onder meer inzage in het medisch dossier, voorafgaande toestemming voor medische handelingen, en opheffing van bezoekbeperkingen.
De rechtbank oordeelt dat de mentor geen belang meer heeft bij de vorderingen omdat de zorgverleningsovereenkomst door zijn eigen handelen als opzegging moet worden beschouwd. Daarnaast is onvoldoende onderbouwd dat het medisch dossier niet beschikbaar is via het digitale zorgdossier waar de mentor toegang toe heeft. Ook is geen vordering ingesteld tot heropname in het verzorgingstehuis of tot een verklaring voor recht over tekortkomingen in de zorg.
De rechtbank wijst daarom alle gevorderde veroordelingen af en veroordeelt de mentor in de proceskosten. Hiermee wordt bevestigd dat de zorginstelling terecht de overeenkomst heeft beëindigd en dat de mentor geen rechtsgrond heeft voor de gevorderde maatregelen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de mentor af en bevestigt de beëindiging van de zorgverleningsovereenkomst.