ECLI:NL:RBMID:2010:BM0831
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst na seksuele intimidatieklacht medewerker
De zaak betreft een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een medewerker die beschuldigd wordt van seksuele intimidatie en grensoverschrijdend gedrag binnen een instelling voor mensen met een handicap. De medewerker was sinds 1996 in dienst en begeleidde ook stagiaires. In 2008 en 2009 kwamen klachten binnen over ongewenste intimiteiten en handtastelijkheden jegens stagiaires en een cliënt.
De instelling startte een onderzoek en legde sancties op, waaronder een verbod om stagiaires te begeleiden. Na een gesprek in december 2009 werd de medewerker op staande voet ontslagen wegens seksuele intimidatie, wat hij betwistte. De medewerker verzocht om herplaatsing en rectificatie, maar de werkgever wilde de arbeidsrelatie beëindigen.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag op staande voet niet standhoudt en dat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet toewijsbaar is. Hoewel er sprake was van grensoverschrijdend gedrag, was dit vooral te wijten aan het joviale karakter van de medewerker en was er onvoldoende reden om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. De werkgever had bovendien onvoldoende zorgvuldig onderzoek verricht en moest de medewerker de kans geven zijn werkzaamheden te hervatten.
De kantonrechter wees het verzoek af en veroordeelde de werkgever tot betaling van de proceskosten. De arbeidsverhouding werd niet ontbonden, en de medewerker kreeg de mogelijkheid terug te keren in dienst.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen en de medewerker mag zijn werkzaamheden hervatten.