ECLI:NL:RBMID:2010:BM5038
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling en verrekening bij onderverhuur hotel/congrescentrum met geschil over factuurspecificaties
In deze zaak vordert eiser betaling van een openstaand saldo van €156.046,66 inclusief rente en kosten van gedaagde, die een onderhuurovereenkomst had voor een gedeelte van een hotel/congrescentrum. Gedaagde stelde zich op het standpunt dat zij haar schuld mocht verrekenen met vorderingen op eiser, waaronder kosten voor schoonmaak, administratie en advertenties, en voerde opschorting van betaling aan wegens onvoldoende specificatie van facturen.
De kantonrechter oordeelde dat het beroep op verrekening niet gegrond was omdat de overeenkomst en de algemene bepalingen dit niet toestonden en afspraken over bijdragen in kosten onvoldoende waren onderbouwd. Ook het beroep op opschorting werd verworpen omdat gedaagde onvoldoende had gemotiveerd dat zij tijdig protesteerde tegen het ontbreken van voldoende specificaties van de facturen.
Verder werd vastgesteld dat de huurovereenkomst per 22 mei 2009 was geëindigd, waardoor gedaagde recht had op terugbetaling van onverschuldigde huur over de periode daarna. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen wegens betwisting door gedaagde waarop eiser niet reageerde.
De kantonrechter veroordeelde gedaagde tot betaling van het gevorderde bedrag en de proceskosten, en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €156.046,66 met rente en proceskosten; beroep op verrekening en opschorting wordt afgewezen.