ECLI:NL:RBMID:2010:BM7558
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.M. Steenbeek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot vrijgave depot in geschil over vervreemdingsbeding onroerende zaken
De zaak betreft een geschil tussen een besloten vennootschap ([eiser]) en een weduwe ([gedaagde]) over de vrijgave van een depot dat is ingesteld naar aanleiding van een beslaglegging. [gedaagde] baseert haar vordering op een vervreemdingsbeding uit een akte van levering van 1994, waarin is bepaald dat onroerende zaken eerst aan haar of haar rechtsvoorganger moeten worden aangeboden voordat verkoop aan derden plaatsvindt.
[gedaagde] stelt dat dit beding is geschonden door verkoop aan MG Vastgoed B.V., terwijl [eiser] betwist dat sprake is van een geldige vordering en wijst op verjaring. De voorzieningenrechter oordeelt dat het niet met voldoende zekerheid kan worden aangenomen dat de vordering van [gedaagde] kansloos is in de bodemprocedure. Tevens is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het depot [eiser] in financiële moeilijkheden brengt.
Daarmee weegt het belang van [gedaagde] bij behoud van haar verhaalsmogelijkheden zwaarder dan het belang van [eiser] bij vrijgave van het depot. De vordering wordt daarom afgewezen en [eiser] wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot vrijgave van het depot wordt afgewezen en [eiser] wordt veroordeeld in de proceskosten.