ECLI:NL:RBMID:2010:BN5117
Rechtbank Middelburg
- Voorlopige voorziening
- B.J.R.P. Verhoeven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tot loondoorbetaling na opzegging tijdens ziekte
De werknemer is sinds 2002 in dienst als pijpfitter en is sinds oktober 2007 wegens diverse gezondheidsklachten arbeidsongeschikt. De werkgever heeft na toestemming van UWV het dienstverband per 1 april 2010 opgezegd. De werknemer vordert bij wijze van voorlopige voorziening doorbetaling van salaris, stellende dat het opzegverbod tijdens ziekte nog van toepassing is omdat de ziekteperiode nog geen 104 weken heeft geduurd en hij tijdig de vernietigbaarheid van de opzegging heeft ingeroepen.
De werkgever betwist dit en stelt dat de werknemer niet binnen de wettelijke termijn van twee maanden na de opzegging het opzegverbod heeft ingeroepen en dat de ziekteperiode al langer dan twee jaar heeft geduurd, waardoor het opzegverbod niet meer geldt. De kantonrechter overweegt dat de werknemer waarschijnlijk niet tijdig het opzegverbod heeft ingeroepen en dat de termijn van twee jaren voor het opzegverbod ten tijde van de opzegging verstreken was.
Gezien deze voorlopige beoordeling wijst de kantonrechter de vordering tot loondoorbetaling af en veroordeelt de werknemer in de proceskosten. De zaak zal in een bodemprocedure verder worden uitgewerkt, waarbij de exacte duur van de ziekteperiode en de tijdigheid van het beroep op het opzegverbod definitief worden vastgesteld.
Uitkomst: De vordering tot doorbetaling van salaris na opzegging tijdens ziekte wordt afgewezen wegens niet tijdig ingeroepen opzegverbod en verstreken termijn opzegverbod.