ECLI:NL:RBMID:2010:BN9806

Rechtbank Middelburg

Datum uitspraak
15 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
72977 / HA ZA 10-187
Instantie
Rechtbank Middelburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:225 lid 3 BWArt. 6:233 BWArt. 6:234 BWArt. 5 lid 1 sub a EEX-Verordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid rechtbank bij strijdigheid algemene voorwaarden tussen contracterende bedrijven

In deze civiele procedure vordert LEAK REPAIRS SPECAM B.V. (LRS) betaling van een factuur van €114.775,64 van BABCOCK INDUSTRY AND POWER GMBH (Babcock). De vordering vloeit voort uit een overeenkomst die tot stand kwam na acceptatie door Babcock van een offerte van LRS, waarin LRS haar Nederlandse algemene voorwaarden opnam.

Babcock stelt zich op het standpunt dat haar Duitse algemene voorwaarden met een forumkeuzebeding van toepassing zijn, en vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart. LRS betwist dit en stelt dat de Duitse voorwaarden niet tijdig ter hand zijn gesteld, waardoor deze vernietigbaar zijn op grond van het Nederlandse recht.

De rechtbank oordeelt dat de Nederlandse algemene voorwaarden van LRS van toepassing zijn omdat Babcock deze niet uitdrukkelijk heeft verworpen en dat de rechtbank op grond van de EEX-Verordening bevoegd is. De werkzaamheden zijn uitgevoerd op een locatie in Nederland, waardoor de Nederlandse rechter bevoegd is. De vordering tot onbevoegdverklaring wordt afgewezen en Babcock wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst het beroep op onbevoegdheid af.

Uitspraak

zaaknummer / rolnummer: 72977 / HA ZA 10-187
Vonnis in incident van 15 september 2010
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
LEAK REPAIRS SPECAM B.V.,
gevestigd te Vlissingen,
eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat mr. J.J. Spijk te Middelburg
tegen
de rechtspersoon naar Duits recht
BABCOCK INDUSTRY AND POWER GMBH,
gevestigd te Oberhausen (Duitsland),
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat mr. E.H.A. Schute te Middelburg
Partijen zullen hierna LRS en Babcock genoemd worden.
De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de incidentele conclusie houdende exceptie van tot onbevoegdheid
- de incidentele conclusie van antwoord in het incident tot onbevoegdheid
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
De feiten in het incident
In de hoofdzaak vordert LRS, samengevat, veroordeling van Babcock tot betaling aan haar van een bedrag van € 114.775,64, vermeerderd met rente en kosten. De vordering betreft betaling van een factuur.
De vordering vloeit voort uit een tussen partijen gesloten overeenkomst van opdracht, die tot stand is gekomen doordat Babcock bij brief d.d. 4 mei 2009 de door LRS op 26 februari 2009 uitgebrachte offerte heeft aanvaard.
LRS verwijst in haar offerte d.d. 26 februari 2009 naar haar algemene voorwaarden, welke, voor zover van belang, als volgt luiden:
“GOVERNING LAW
This quotation and other related agreements and contracts shall be governed by and interpreted under the laws of the Netherlands and all issues relating to the validity, interpretation and performance shall be governed under the laws of the Netherlands.”
Het geschil in het incident
Babcock vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart. Zij stelt daartoe, onder verwijzing naar artikel 21.1 van haar algemene voorwaarden dat uitsluitend de Duitse rechter bevoegd is tot kennisneming en beslechting van het onderhavige geschil. Volgens Babcock zijn haar algemene voorwaarden van toepassing vanwege haar verwijzing daarnaar in haar schriftelijke opdrachtbevestiging d.d. 4 mei 2009.
LRS voert verweer. Zij stelt dat de algemene voorwaarden van Babcock geen deel uitmaken van de tussen partijen gesloten overeenkomst. Zij verwijst daarbij naar het bepaalde in artikel 6:225 lid 3 BW Pro en stelt voorts dat Babcock heeft nagelaten haar algemene voorwaarden voor of bij het sluiten van de overeenkomst aan LRS ter hand te stellen of haar een andere mogelijkheid heeft geboden daarvan kennis te nemen, zodat zij op grond van artikel 6:233 en Pro 6:234 BW vernietigbaar zijn.
De beoordeling in het incident
De rechtbank is van oordeel dat het beroep van Babcock op het forumkeuzebeding in haar algemene voorwaarden niet opgaat. De betreffende algemene voorwaarden kunnen, gelet op het bepaalde in artikel 6:225 lid 3 BW Pro niet van toepassing worden geacht, nu LRS in haar offerte heeft verwezen naar haar algemene voorwaarden, waarin Nederlands recht van toepassing wordt verklaard, en gesteld noch gebleken is dat deze door Babcock in haar aanvaarding van die offerte uitdrukkelijk van de hand zijn gewezen.
De bevoegdheid van deze rechtbank is dan gebaseerd op artikel 5 lid 1 sub a van Pro de EEX-Verordening. Daarin is bepaald dat ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst alternatief bevoegd is het gerecht van de plaats waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd. Door LRS is onweersproken gesteld dat de door Babcock aan haar opgedragen werkzaamheden zijn uitgevoerd op de Total Raffinaderij in Nieuwdorp.
Gelet op het vorenstaande zal de incidentele vordering worden afgewezen.
Babcock zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.
De beslissing
De rechtbank
in het incident
wijst het gevorderde af,
veroordeelt Babcock in de kosten van het incident, aan de zijde van LRS tot op heden begroot op EUR 452,00,
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
in de hoofdzaak
verwijst de zaak naar de rol van 27 oktober 2010 voor het nemen van een conclusie van antwoord aan de zijde van Babcock,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Witsiers en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2010.