ECLI:NL:RBMID:2010:BN9812
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg kredietovereenkomst en aanzuivering rekening-courant krediet uit vonnisopbrengst
Partijen sloten op 25 november 2008 een kredietovereenkomst waarbij ABN AMRO een rekening-courant krediet van € 50.000 verstrekte tegen 9,15% rente. In de overeenkomst was bepaald dat het krediet uit de opbrengst van een vonnis zou worden aangezuiverd, doch uiterlijk op 1 juli 2009. De kredietnemer voerde een procedure tegen Rabobank, die bij eindvonnis op 17 juni 2009 veroordeeld werd tot betaling aan de kredietnemer.
ABN AMRO sommeerde de kredietnemer vanaf juli 2009 tot aanzuivering van het krediet, hetgeen uitbleef. De kredietnemer stelde dat de aanzuivering pas uit de opbrengst van het vonnis mocht plaatsvinden en dat de uiterste datum slechts een inschatting was. De rechtbank oordeelde dat de uiterste aflosdatum van 1 juli 2009 bindend was, ongeacht ontvangst van de opbrengst.
De rechtbank verwierp het beroep op redelijkheid en billijkheid dat invordering onaanvaardbaar zou zijn vanwege verrekening door Rabobank. De verrekening verminderde immers de schuld van de kredietnemer aan Rabobank en kwam voor zijn risico. ABN AMRO mocht de vordering vanaf 1 oktober 2009 met contractuele rente opeisen.
De buitengerechtelijke incassokosten van € 1.450 werden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van gemaakte kosten. De kredietnemer werd hoofdelijk veroordeeld tot betaling van € 51.191,37 plus rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de kredietnemers tot betaling van € 51.191,37 plus rente en proceskosten, met inachtneming van de uiterste aflosdatum 1 juli 2009.