ECLI:NL:RBMID:2010:BO0944
Rechtbank Middelburg
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid voorzieningenrechter en toetsing bankgarantie na opheffing beslag
Nedspice legde in 1993 conservatoir beslag op het schip 'Xin An Jiang' van Cosco vanwege vorderingen uit een vervoersgeschil. Ter opheffing van het beslag werden bankgaranties gesteld ten gunste van Nedspice. In 2010 verklaarde de rechtbank Rotterdam zich onbevoegd in de bodemprocedure, waarna Cosco in kort geding vorderde dat Nedspice de bankgaranties zou teruggeven.
De voorzieningenrechter oordeelde dat hij bevoegd was kennis te nemen van het geschil, ondanks de clausule in de garanties die geschillen aan Rotterdam of Amsterdam toewijst, omdat het hier ging om teruggave van garanties na opheffing van beslag. Er moest op ieder redelijk moment getoetst kunnen worden of de garanties nog terecht werden vastgehouden.
Hoewel het vonnis van de rechtbank Rotterdam de ondeugdelijkheid van de vordering van Nedspice aannemelijk maakte, woog de voorzieningenrechter ook het belang van Nedspice mee, die geen andere verhaalsobjecten heeft en een tegengarantie stelde voor de kosten. Gezien de onzekerheid over de uitkomst van hoger beroep en arbitrage werd de vordering tot teruggave afgewezen.
Cosco werd veroordeeld in de proceskosten en nakosten. De voorzieningenrechter benadrukte dat de bevoegdheid ex artikel 705 Rv Pro ook na vrijwillige opheffing van het beslag blijft bestaan om geschillen over opheffingsvoorwaarden te beslechten.
Uitkomst: De vordering tot teruggave van de bankgaranties wordt afgewezen en Cosco wordt veroordeeld in de proceskosten.