ECLI:NL:RBMID:2010:BO9322
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot vernietiging testament wegens wilsbekwaamheid en beroepsbeoefenaar zorg
De zaak betreft een vordering van de twee zoons van de overledene tot vernietiging van het testament dat een legaat toekent aan de verzorgster, op grond van artikel 4:59 lid 1 BW Pro en vermeende onvoldoende wilsbekwaamheid van de erflater.
De rechtbank overweegt dat de verzorgster niet gelijkgesteld kan worden met een beroepsbeoefenaar in de individuele gezondheidszorg zoals bedoeld in de wet. Daarnaast is onvoldoende gebleken dat de erflater ten tijde van het testament niet in staat was zijn wil te bepalen; medische gegevens tonen dat medicatie tegen psychosen pas na het testament werd voorgeschreven en de geestelijke toestand van de erflater was niet zodanig dat het testament vernietigbaar is.
De vordering tot vernietiging wordt afgewezen, terwijl de tegenvordering van de verzorgster tot onmiddellijke afgifte van het legaat wordt toegewezen. De erfgenamen worden veroordeeld tot betaling van wettelijke rente vanaf zes maanden na overlijden en tot een dwangsom bij niet-naleving binnen drie weken. Proceskosten worden aan de eisers opgelegd.
Uitkomst: De vordering tot vernietiging van het testament wordt afgewezen en de erfgenamen worden veroordeeld tot afgifte van het legaat met rente en dwangsom.