ECLI:NL:RBMID:2010:BP1091

Rechtbank Middelburg

Datum uitspraak
24 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/715499-10
Instantie
Rechtbank Middelburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 lid 3 Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing voorlopige hechtenis wegens ontbreken ernstige bezwaren afpersing en diefstal met geweld

Op 28 december 2010 behandelde de raadkamer van de rechtbank Middelburg het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte, die verdacht werd van afpersing en diefstal met geweld gepleegd op 3 oktober 2010. Verdachte ontkende betrokkenheid bij de feiten.

De rechtbank beoordeelde de ernst van de bezwaren aan de hand van verklaringen van slachtoffers en medeverdachte, alsmede het dossiermateriaal. Signalen van daders waren weinig betrouwbaar door het dragen van bivakmutsen en de beschrijving van het accent van een derde persoon kwam niet overeen met het taalgebruik van verdachte.

Verder kon niet worden vastgesteld dat de muntgeldrolletjes die bij de overval waren buitgemaakt, in het bezit van verdachte waren. Verdachte gaf verklaringen over zijn bezit van muntgeld en zijn contacten met medeverdachten die niet ongeloofwaardig werden geacht.

De rechtbank concludeerde dat de verdenking tegen verdachte niet het vereiste niveau van ernstige bezwaren bereikte en besloot het bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen en verdachte onmiddellijk in vrijheid te stellen.

Uitkomst: De rechtbank heft de voorlopige hechtenis op wegens ontbreken van ernstige bezwaren.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG
Raadkamer voor strafzaken
Bevel opheffing voorlopige hechtenis
Parketnummer 12/715499-10
Op 24 december 2010 is een verzoek opheffing/schorsing ingediende door mr.
Smit in de zaak:
[verdachte]
geboren op [1986]
wonende te [adres]
die thans verblijft Huis van Bewaring De Boschpoort te Breda.
Het verzoek is behandeld op 28 december 2010 in raadkamer en aldaar is
verdachte, bijgestaan door de raadsman, gehoord. Tevens is gehoord de officier
van justitie.
Ter beoordeling is of op basis van het thans samengestelde dossier uit feiten
of omstandigheden voldoende blijkt van ernstige bezwaren tegen de verdachte.
Het bestaan van ernstige bezwaren in de zin van artikel 67, lid 3, Wetboek
van strafvordering houdt in dat waarschijnlijk moet zijn dat verdachte het
strafbare feit waarvoor hij in voorlopige hechtenis zit, heeft begaan.
Verdachte zit krachtens een bevel gevangenhouding van 26 oktober 2010 in
voorlopige hechtenis ter zake van verdenking van afpersing en diefstal met
geweld op 3 oktober 2010, in vereniging gepleegd.
De rechtbank stelt vast dat verdachte betrokkenheid bij genoemde feiten
ontkent. Door de slachtoffers van de gewapende overval zijn signalementen
gegeven van de daders en zij hebben informatie verstrekt over het accent
waarmee door een of meer daders zou zijn gesproken. De rechtbank stelt vast
dat aan de signalementen weinig betekenis kan toekomen aangezien de daders
tijdens de overval bivakmutsen droegen. Het accent waarmee is gesproken,is
door de slachtoffers benoemd als zijnde algemeen beschaafd Nederlands.
De medeverdachte [medeverdachte] heeft op 16 oktober 2010 bij de politie
(dossierpagina 481) over de derde persoon die bij de overval betrokken was,
verklaard dat deze persoon Moluks of Hindoestaans was en dat hij met een
accent sprak. Volgens de medeverdachte sprak de derde persoon negerachtig,
straattaal en was het accent opvallend. De derde persoon liep met een swagg
daarmee bedoelend dat hij stoerachtig liep. De verdenking is dat verdachte
deze derde persoon is geweest. De medeverdachte [medeverdachte] heeft op 17 oktober
2010 bij de politie (dossierpagina 485) over deze persoon verklaard dat hij
hem niet goed heeft kunnen zien omdat het donker was. Voorts is verklaard dat
het leek dat de betreffende persoon niet goed Nederlands kende.
Uit het dossier blijkt dat verdachte op 5 oktober 2010 bij een vestiging van
Albert Heijn in Vlissingen rolletjes muntgeld heeft willen wisselen. De
medewerkster die verdachte toen te woord heeft gestaan, heeft bij de politie
verklaard (dossierpagina 151) dat verdachte vloeiend/beschaafd Nederlands
sprak, zonder accent.
De rechtbank kan op basis van het voorgaande niet vaststellen dat verdachte
voldoet aan het door de medeverdachte [medeverdachte] gegeven signalement en de
overige door hem genoemde kenmerken.
Bij de overval zijn onder andere rolletjes muntgeld buit gemaakt. Deze zijn
niet onder verdachte in beslag genomen en de door verdachte bij een vestiging
van Albert Heijn aangeboden rolletjes muntgeld zijn niet traceerbaar
gebleken. Of het de bij de overval verkregen rolletjes muntgeld zijn geweest,
is dan ook niet vast te stellen.
-------------------------------------------------------------------------------
De rechtbank stelt vast dat verdachte bij de politie een verklaring heeft
gegeven voor het bezit van het muntgeld. Verdachte heeft ook een verklaring
gegeven voor het feit dat hij twee medeverdachten kent en hij tijdens zijn
aanhouding op 15 oktober 2010 in een auto zat met twee medeverdachten. De
rechtbank heeft onvoldoende aanleiding om de door verdachte gegeven
verklaringen als ongeloofwaardig af te doen.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de tegen verdachte
gerezen verdenking niet het niveau heeft bereikt van ernstige bezwaren in de
hiervoor genoemde zin. Bij gebreke van ernstige bezwaren heft de rechtbank het
bevel tot voorlopige hechtenis op en beveelt zij de onmiddellijkeinvrijheidstelling.
Aldus gedaan te Middelburg op 28 december 2010
door mrs. G.H. Nomes, voorzitter, J.J.A.Groen, J.J. Jaspers, rechters,
in tegenwoordigheid van J.K. Joosse-Westerbeke, griffier.
Griffier, Voorzitter,